Onder mobiliteitsarmoede verstaan we het niet mee kunnen doen aan de samenleving door een gebrek aan vervoersmogelijkheden, informatie hierover of fysieke, mentale en financiële drempels. Een fenomeen waar gelukkig steeds meer aandacht voor is. Voor het meten van mobiliteitsarmoede heeft Zet een methode ontwikkeld waarin kwantitatief en kwalitatief onderzoek elkaar versterken.

Het verhaal achter de cijfers
De impact van mobiliteitsarmoede kan groot zijn. Denk aan minder kans op werk, minder sociale contacten en minder toegang tot gezondheidszorg. Er liggen verschillende oorzaken aan ten grondslag. Bepaalde sociaal-demografische kenmerken duiden op een grotere kans op mobiliteitsarmoede. Daarom is kwantitatief onderzoek een goede eerste stap om in kaart te brengen welke wijken, buurten of doelgroepen een hoger risico lopen. Om echt goed inzicht te krijgen in de mate van mobiliteitsarmoede, de oorzaken, gevolgen en mogelijke oplossingen, moet je volgens Zet ook het verhaal achter de cijfers in kaart brengen. Daarvoor gaan zowel in gesprek met de mensen die mobiliteitsarmoede ervaren als met de intermediairs die met hen in contact staan.

In gesprek met intermediairs
Onze ervaring is dat intermediairs zoals wijkverpleegkundigen, buurtsportcoaches en gebiedscoördinatoren heel goed weten wat er leeft en speelt in hun buurt. Zij zijn in staat een genuanceerd beeld over te brengen en signaleren vaak andere risico’s dan je uit databanken kunt halen. “Er wordt altijd ingezet op die wijk die risicovol uit de data komt, maar wij willen ook oog hebben voor de kleinere dorpen,” aldus een opbouwmedewerker. “Juist daar zien we, ook in onze regio, veel basisvoorzieningen verdwijnen. Wat de kans op mobiliteitsarmoede aanzienlijk vergroot.” Juist de gesprekken met intermediairs in aanvulling op de data geven een goed beeld welke wijken of kernen binnen een gemeente het meeste risico op mobiliteitsarmoede lopen. Onze opdrachtgever vanuit Trendsportal benadrukt: “Juist deze geluiden horen is zo waardevol en biedt veel mogelijkheden tot vervolg. Daarom hebben we Zet gevraagd. Jullie kunnen dit gewoon goed.”

In gesprek met bewoners
In de betreffende wijken en kernen gaan we vervolgens in gesprek met de buurtbewoners op een passende manier. Zij kunnen immers het beste aangeven wat voor hen persoonlijk de oorzaken en gevolgen zijn van mobiliteitsarmoede en wat volgens hen mogelijke oplossingen zijn. Gesprekken met de doelgroep zelf vliegen wij aan vanuit een social design aanpak. Vaak doen we dit met interventies in de openbare ruimte. Om hun problemen en behoeften in kaart te brengen, nodigen we inwoners op een laagdrempelige manier uit om hun verhaal te doen.

Wil jij net als de regio Noord-Limburg ook onderzoek doen naar de mate van mobiliteitsarmoede in jouw gemeente en/of regio? Neem dan gerust contact met ons op.

Marije Baars

Marije Baars

Zoë van Otterloo

Kamieke van de Riet