Veel zorgprofessionals die ik ontmoet zien heil in de benadering van Positieve Gezondheid. Ze willen echt wel de regie bij hun patiënten of cliënten laten en gaan graag met hen in gesprek om de vraag achter de vraag boven water te krijgen. Het achterliggende idee spreekt aan: door in te spelen op de werkelijke behoeften, verminder je de oorspronkelijke klachten en verbeter je tegelijk het hele welbevinden, tegen lagere zorgkosten. Maar ondertussen vragen zij zich wel af waar ze de tijd vinden voor dat goede gesprek. Deze professionals hebben last van ons zorgsysteem. Protocollen, verantwoording en bekostigingsstructuur werken als een keurslijf. Moeten we dan dit hele systeem veranderen? Ik denk dat er ook nog heel veel mogelijk is binnen de huidige kaders. Mijn ervaring is dat simpele, kleine oplossingen een groot verschil kunnen maken. In het project Blauwe Zorg in Maastricht kwam ik daarvan een mooi voorbeeld tegen... 

MEER WELBEVINDEN 

Een huisarts in Maastricht komt om in het werk. Hij ziet patiënten met vage psychosociale klachten soms wekelijks terugkeren in zijn spreekuur. Dat kost veel tijd en energie voor hem en zijn patiënten. Tot hij besluit te gaan experimenteren met ‘het andere gesprek’. In een consult van vijftien minuten gaat hij samen met de patiënt op zoek naar de achterliggende problemen van een klacht. De patiënt is aan zet en bepaalt vervolgens zelf waar hij mee aan de slag wil gaan. Dit vraagt een andere benadering van de huisarts. Hij verwijst minder door naar het ziekenhuis en andere specialistische zorg, en vaker naar zorg- en welzijnsinstellingen in de wijk, die ook weer samenwerken met lokale bewonersinitiatieven. De huisarts bereikt zijn doel: hij is minder tijd kwijt aan zijn spreekuren én de patiënten worden veerkrachtiger en ervaren een groter welbevinden. Bovendien bespaart hij zorgkosten en geeft deze manier van werken hem zelf veel meer voldoening.  

MEER VOLDOENING 

Wat ik zo interessant vind in dit voorbeeld, is de toename van het welbevinden bij zowel de patiënt als de huisarts. En dit voorbeeld staat niet op zichzelf. In gesprek met mensen in de zorg hoor ik vaak dat zij hun oorspronkelijke motivatie kwijt zijn. Als ik dan doorvraag naar wat zij nodig hebben om weer plezier en voldoening in hun werk te ervaren, dan gaat het vaak om het wèrkelijk helpen van mensen. Want daar doe je het voor. Ze hebben zeker geen behoefte aan de zoveelste administratieve reorganisatie. Wat in dat geval wél kansen biedt, is het gesprek over hoe je de patiënt/cliënt zelf regie laat nemen en je daarmee ook je eigen welbevinden kunt versterken, door je kwaliteiten als zorg- of hulpverlener te benutten. Zo ontstaat energie en lef om af en toe eens “buiten de lijntjes te kleuren” door samen naar andere oplossingen te zoeken. 

KLEINE STAPJES, GROTE EFFECTEN 

Het voorbeeld uit Maastricht geeft aan dat kleine stapjes dan grote effecten kunnen hebben. De betreffende huisarts heeft nu frequenter en intensiever contact met het wijkteam en maakt actief gebruik van de mogelijkheden in de wijk. Bewoners nemen vaker zelf het initiatief om elkaar op te zoeken. Ze gaan samen koken of starten een wandelgroep. Het sociaal wijkteam ondersteunt hen hierbij. Zo helpt Positieve Gezondheid ook bij het versterken van de cohesie in de wijk, het voorkomen van eenzaamheid en het verminderen van de werkdruk in de eerstelijnszorg. 

Birgitte van den Heuvel-Stoop MBA
Senior adviseur en procesbegeleider Positieve Gezondheid bij Zet 

PROJECT LIMBURG POSITIEF GEZOND