”Toegankelijkheid is niet duurder, het is gewoon een kwestie van aandacht”

In de jaren tachtig ondersteunde René Scherpenisse als opbouwwerker de buurtbewoners richting woningdienst Tilburg. In 1986 werd hij beleidsmedewerker bij de ANBO en stond hij aan de wieg van onder andere het seniorenlabel, een keurmerk voor woningen voor ouderen, dat later is opgegaan in WoonKeur. Na functies bij diverse woningcorporaties is hij tegenwoordig bestuurslid van Aedes en directeur van TIWOS. Vanuit die functie is hij opnieuw actief in de wijk waar zijn loopbaan begon. De cirkel is rond.

Het is voor woningcorporaties moeilijker geworden om te investeren in een multifunctionele accommodatie of andere projecten aan de randen van wonen. De huidige minister vindt dat ze zich meer moeten richten op de stenen en geen sociaal werk moeten doen. Woningen moeten tegenwoordig levensloopbestendig zijn, geschikt zijn voor zorg aan huis. Voor Scherpenisse hebben toegankelijkheid en leefbaarheid echter alles met elkaar te maken: “Wat heb je aan een aangepaste woning als niemand er wil wonen? Toegankelijkheid gaat ook om je welkom voelen. Om een wijk waarin je wil leven en een woning die je kan betalen.”

Vooruit kijken

Natuurlijk is er aandacht voor de fysieke toegankelijkheid. “We denken tegenwoordig goed na over de bruikbaarheid van woningen in de toekomst. Dat is in het verleden nog wel eens misgegaan. Zo zijn er in de jaren vijftig veel kleinere flatjes gebouwd, waarin je niets kunt veranderen. In de jaren negentig ontstond juist daar leegstand. Daarom zijn we het anders gaan inrichten. Nu zorgen we dat kleine woningen geschakeld kunnen worden voor gezinnen met twee kinderen. Ook kunnen we de woningen zodanig aanpassen dat mensen met een grotere zorgvraag er kunnen blijven wonen.”

Aanwezig en zichtbaar zijn

Scherpenisse denkt dat mensen in eerste instantie kiezen voor een buurt, met zijn eigen sfeer en kenmerken. “Je moet als woningcorporatie goed aanvoelen wat de verschillende groepen willen. Daarom willen we dicht bij de mensen staan en niet alleen bereikbaar zijn via een website of callcenter. Wij hebben veel woningen in volksbuurten, waar de mensen minder toegang hebben tot bijvoorbeeld internet. Daarom is de tent hier altijd open.” TIWOS hecht veel belang aan zijn dekkend netwerk van buurtbeheerders. Deze zijn aanwezig in de buurt en zorgen voor sociale controle. Ze spreken mensen aan en worden makkelijk aangesproken. Zij kennen de buurt en het verhaal; kunnen vaak al aan de stand van de gordijnen zien hoe het met iemand gaat. “En dan hebben we ook nog onze leefbaarheidsconsulenten, die gaan over samen leven en ruzies oplossen. In een jaar tijd hebben we 3.000 meldingen gehad, maar het loopt zelden uit de hand. Gewoon door aanwezig en zichtbaar te zijn, er dicht op te zitten, wordt erger voorkomen.”

Voor iedereen

Toegankelijkheid betekent voor TIWOS ook dat iedereen ergens moet kunnen wonen, inclusief dak- en thuislozen en ex-gedetineerden. Door de andere bewoners vanaf het begin goed bij dergelijke projecten te betrekken, zijn daar weinig problemen mee. Dat is belangrijk, want uit onderzoek blijkt dat een stabiele woonsituatie de kans op recidive sterk vermindert. “Om onze woningen voor iedereen bereikbaar te houden, houden we onze huren betaalbaar. En wanneer mensen niet kunnen betalen, gaan we binnen zes weken met hen in gesprek om te voorkomen dat ze straks hun huis uit moeten of erger. Dat is even goed aandacht waar kwetsbare groepen behoefte aan hebben.”

Het nieuwe groot

TIWOS is met 8.000 woningen een middelgrote wooncorporatie en doet het goed volgens de gemeente én de huurders, zoals blijkt uit verschillende onderzoeken. “We blijven dan ook stoïcijns doen waar we voor zijn. Door onze beperkte omvang kunnen we onze aanpak waarmaken: dicht bij de mensen staan en zorgen dat wijken leefbaar en woningen betaalbaar blijven. Dat doen we in goede samenwerking met de gemeente en de andere corporaties in Tilburg. Er worden hier onderling geen politieke spelletjes gespeeld. Wat zeker ook helpt is dat de wethouder is gebleven, dat zorgt voor continuïteit in het gemeentelijk beleid.