man kijkt op camera van voordeur

“Sommigen kunnen het moeilijk accepteren dat ze hulpbehoevend worden, of ze willen niet als ‘oudje’ worden gezien”

Zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen. Niet alleen de wens van veel ouderen, maar tegenwoordig ook  een kwestie van noodzaak. Er worden dan ook veel nieuwe technologische toepassingen ontwikkeld om de beoogde zelfstandigheid te ondersteunen. Dan moet die technologie wel door ouderen worden gebruikt. Maar wat maakt nu dat ouderen technologie gebruiken? Met deze vraag houdt Sebastiaan Peek zich bezig binnen het lectoraat Health Innovations & Technology van Eveline Wouters (Fontys Paramedische Hogeschool). In zijn promotieonderzoek wordt hij daarnaast bijgestaan door Katrien Luijkx van Tilburg University (Tranzo) en Bert Vrijhoef van de Nationale Universiteit van Singapore.

Uniek meerjarig veldonderzoek

Er is de afgelopen decennia veel geïnvesteerd in pre-implementatieonderzoek, waarbij mensen wordt gevraagd of zij een technisch hulpmiddel zouden gebruiken op het moment dat ze het daadwerkelijk nodig hebben. Daarbij valt op dat ondervraagden zichzelf vaak niet zien als gebruiker, zelfs niet als het technisch hulpmiddel eigenlijk voor hen ontworpen is. Peek richt zich in zijn onderzoek daarom op het feitelijk gebruik. In opdracht van Fontys Paramedische Hogeschool begon hij in 2012 samen met Fontys collegaonderzoekers aan een uniek meerjarig veldonderzoek naar technologie-acceptatie door zelfstandig wonende ouderen. Gedurende drie jaar worden vijftig ouderen van 70+ ieder half jaar thuis bezocht, en bevraagd over hun technologiegebruik.

Ontwikkeling in gebruik

Tijdens het huisbezoek komt ook de mate van zelfredzaamheid aan de orde, met vragen over chronische ziekten, belangrijke levensgebeurtenissen en het cognitief functioneren. “Omdat technologie een erg breed begrip is, onderscheiden wij in ons onderzoek vijf categorieën: huishoudelijke apparaten, ondersteunende technologie en domotica, ICT-apparaten, mobiliteit en fysieke activiteiten, en telefonie. Bij ondersteunende technologie kun je bijvoorbeeld denken aan een alarmsysteem of een gehoorapparaat. We inventariseren bij elk huisbezoek welke technologie iemand gebruikt. Vervolgens interviewen we de deelnemers: waarom hebben ze een bepaald apparaat in huis genomen of gekregen? En waarom gebruiken ze het wel of niet?”

Belemmerende factoren

Sommige deelnemers blijken in het voorstadium van dementie te zitten. Er is nog weinig bekend over hoe zich dit verhoudt tot technologiegebruik. Daarom wordt hen gevraagd om deel te nemen aan een specifiek onderzoek hieromtrent. Andere ouderen worden gedurende het onderzoek meer hulpbehoevend. Toch staan ze lang niet altijd open om hulpmiddelen te gaan gebruiken. Die schroom kan volgens Peek verschillende oorzaken hebben. “Sommigen kunnen het moeilijk accepteren dat ze hulpbehoevend worden, of ze willen niet als ‘oudje’ worden gezien. Dat laatste is met name bij halsalarmen of scootmobielen nogal eens het geval. Ook de omgeving kan een belemmerende rol spelen. Als je regelmatig hoort dat een bepaald hulpmiddel toch te ingewikkeld voor je is, zul je het niet snel gaan gebruiken.”

Verborgen gebreken en kansen

Een ander obstakel is dat veel ouderen geneigd zijn de problemen die ze tegenkomen te bagatelliseren. Als je er naar vraagt, geven ouderen met een mobiliteitsbeperking wel aan dat sommige winkels niet goed toegankelijk zijn of dat ze in de supermarkt niet bij alle schappen kunnen. Maar uit zichzelf klagen ze er zelden tot nooit over. Er is immers altijd wel een winkelier of klant die even een helpende hand toesteekt. Wat we ook veel zien, is dat mensen anderen niet tot last willen zijn. Uit het onderzoek wordt echter ook duidelijk dat technologie veel kan opleveren: “Ik ken meerdere ouderen die wekelijks uitkijken naar het Skype-moment met een kleinkind of een ver weg wonend familielid.”

Het grote dilemma

Op dit moment wordt een aantal inzichten uit het onderzoek al meegegeven aan studenten en professionals om zo ouderen te ondersteunen in het succesvol en duurzaam gebruiken van technologie, zowel binnen zorg en welzijn als in de technische sector. Aangezien het onderzoek nog loopt tot in 2015, kan Peek op dit moment nog geen definitieve conclusies geven, wel signaleert hij een lastig dilemma, dat inherent is aan deze materie: “Technologische hulpmiddelen dragen er aan bij dat ouderen minder afhankelijk zijn van anderen. Maar om ze goed te leren gebruiken, hebben ze anderen juist nodig en zijn ze dus meer afhankelijk. Interessant voor een vervolgonderzoek. Maar ook een uitdaging voor alle productontwikkelaars en andere partijen die zelfredzaamheid willen stimuleren.”