Toegankelijkheid en Wonen

Vanaf 2015 voert het kabinet ingrijpende hervormingen door in de AWBZ waardoor mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag veel langer thuis moeten blijven wonen. In de komende vijf jaar verliezen jaarlijks gemiddeld tienduizend ouderen, dertienhonderd mensen met een beperking en achthonderd cliënten in de GGZ met een lagere zorgindicatie, de toegang tot intramuraal verblijf. Binnen vijf tot acht jaar verdwijnen naar schatting 58.000 intramurale plaatsen in de ouderenzorg. De groep mensen die niet langer intramuraal kan blijven wonen, moeten we langer thuis in de wijk opvangen en verzorgen.

Niet vanzelfsprekend

Het is natuurlijk niet alleen een kwestie van moeten. De meeste mensen willen ook zo lang mogelijk in hun eigen woning blijven wonen en liever niet verhuizen. Dat geldt even goed voor mensen met een beperking of een zorgbehoefte. Zij hebben meestal dezelfde woonwensen als ieder ander: een betaalbare woning met in de buurt diverse basisvoorzieningen, (ontmoetings) mogelijkheden en het eigen sociale netwerk van familie, vrienden en buurtbewoners. Zelfstandig thuis blijven wonen is echter niet vanzelfsprekend voor mensen met een beperking of een zorgbehoefte. De toegankelijkheid van de woning en woonomgeving zijn lang niet altijd optimaal om er onder eigen regie te blijven wonen.

Een wereld te winnen

Vaak is het nodig om de woning fysiek aan te passen of vanuit kostenoogpunt te verhuizen naar een reeds aangepaste woning. Ook technologische toepassingen kunnen bijdragen aan het langer zelfstandig thuis wonen. Met de nadruk op ‘kunnen bijdragen’, want de technologie moet wél worden gebruikt. En dat is niet voor alle ouderen en/of mensen met een beperking een vanzelfsprekendheid.
Het kost hen tijd en energie om te leren omgaan met deze nieuwe mogelijkheden. Langzaamaan komt hier in de ICT-wereld en zorgland meer aandacht voor. Het gaat niet zozeer om het ontwikkelen van steeds weer nieuwe en nog meer geavanceerde hulpmiddelen, als wel om de toepasbaarheid en bruikbaarheid voor de potentiële gebruikers. Hierin is nog een wereld te winnen.

Het belang van de buurt

de juiste zorg of hulpmiddelen speelt de woonomgeving een belangrijke rol in het zelfstandig kunnen blijven wonen. Zijn winkels, huisarts, buurthuis en apotheek in de buurt aanwezig? En is de infrastructuur voldoende toegankelijk om deze voorzieningen zelfstandig te kunnen bereiken? Daarnaast gaat het er om of je je thuis voelt in de wijk. Dat helpt bij het onderhouden en uitbouwen van je sociale netwerk. En een sterk sociaal netwerk vergroot de mogelijkheden om met minder kosten zelfstandig te blijven. Kortom: de leefomgeving moet aan verschillende eisen voldoen om er zelfstandig en gelukkig te kunnen wonen. Belangrijke voorwaarden zijn met name:

  • voldoende en kwalitatief goede voorzieningen (zorg, welzijn, winkels, activiteiten),
  • goede bereikbaarheid/mobiliteit
  • hoge sociale veiligheid,
  • onderlinge betrokkenheid in de buurt

Dementievriendelijke gemeenschap

Door de vergrijzende samenleving komt dementie steeds vaker voor in Nederland. Mensen met dementie worden meer en meer opgevangen in de wijk. Het vergroten van kennis in de wijk over dementie zal het sociaal vangnet rond deze mensen en hun mantelzorgers vergroten. In het proces naar een dementievriendelijke gemeenschap wordt iedereen uitgedaagd, zowel burger als organisatie, om een bijdrage te leveren zodat deze groep zo goed mogelijk thuis kan blijven wonen.

Voor inspiratie en informatie: www.dementievriendelijk.nl

Waken voor tweedeling

‘Zelfredzaamheid’ en ‘samenredzaamheid’ zijn kernwoorden voor de inrichting van het nieuwe zorgstelsel. Met de nieuwe Wmo moet de zorg ‘beter met minder’. Meer dan voorheen moeten mensen
zoveel mogelijk doen op eigen kracht (in regelvermogen en inkomen) en hun informele netwerk kunnen aanspreken voor hulp en informele zorg. Pas als de middelen uit het eigen sociale netwerk zijn ingezet, kun je een beroep doen op (dure) individuele Wmo-voorzieningen. Als het gaat om ‘wonen en zorg’ betekent dit dat ouderen en mensen met een beperking hun behoefte aan zorg- en dienstverlening aan huis zo veel mogelijk zelf moeten organiseren en financieren. Van de ouderen met een lichte zorgvraag zal een groot deel voldoende draagkracht hebben om zelfredzaam te blijven en langer zelfstandig thuis te wonen. Maar er zijn ook ouderen die minder goed in staat zijn om eigen  oplossingen te creëren. Kwetsbaar zijn bijvoorbeeld ouderen met een laag inkomen en alleenstaanden met een zwak sociaal netwerk. Deze groepen kunnen de komende jaren in de knel komen. Woningcorporaties, sociale wijkteams, zorgverleners, welzijnsinstellingen en netwerkorganisaties zoals BUS (Brabantse Uitkeringsgerechtigden Samen) moeten er voor waken dat deze doelgroepen niet  verstoken blijven van een toegankelijke woning en de voor hen noodzakelijke zorg en voorzieningen.

Omslag in denken en doen

Om langer zelfstandig wonen mogelijk te maken, is een omslag nodig in het denken en doen van burgers, gemeenten, woningcorporaties, zorgaanbieders, zorgkantoren en ondernemers. Een aantal oplossingsrichtingen krijgt steeds meer aandacht:

  • renoveren en herbestemmen van zorgvastgoed
  • geschikt maken van bestaande woningen voor mensen met beperkingen
  • ontwikkelen van nieuwe woonzorgconcepten
  • beter benutten van technologie
  • op peil houden of verbeteren van het voorzieningenniveau in de buurt voor behoud of verhoging van de woonkwaliteit
  • innoveren van bestaande zorgprocessen om meer (zwaardere) zorg op maat aan huis mogelijk te maken.

Allemaal zaken die niet door één partij vanuit één beleidsterrein kunnen worden aangepakt. Het devies is dan ook intensief samenwerken; elkaar vinden en versterken.