kinderen met en zonder beperking in klaslokaal

"Ik gun alle kinderen klasgenootjes met een vlekje"

Passend onderwijs heeft alleen kans van slagen als je de prestatieprikkel bij scholen weghaalt, stelt wethouder René Peters van de gemeente Oss. “Als voormalig leraar en schooldirecteur juich ik de regeling en de gedachte erachter van harte toe. Ieder kind is anders en lesgeven is maatwerk. Als onderwijzer wil je kinderen voorbereiden op het leven, ze de wereld laten ontdekken. Taal en rekenen zijn daarin belangrijk, maar sociale vaardigheden en leren rekening houden met elkaar wegen misschien wel zwaarder.”

Nadruk op scoren

Helaas zijn de sociale aspecten van het onderwijs niet meetbaar in Cito-toetsen en andere testen. Daarom komt er in het onderwijs steeds meer de nadruk te liggen op reken- en taalvaardigheid en de kennis over topografie. Daar kun je als school op scoren. Peters: “Zolang deze negatieve prikkel voor scholen blijft bestaan, wordt passend onderwijs een lastig verhaal. Geen enkele school wil zich profileren als een school die goed is in het begeleiden van kinderen met gedragsproblemen. Voor je het weet, sta je bekend als een zorgschool en wil geen enkele ouder zijn/haar kind meer bij je aanmelden.”

Voor hoogbegaafde kinderen en kinderen met dyslexie staan de meeste scholen nog wel open. Maar voor kinderen met gedragsproblemen, autisme of een verstandelijke beperking wordt het al een ander verhaal. Met deze laatste doelgroepen loop je als school het risico om je Cito-score negatief te beïnvloeden en daardoor te boek te komen staan als zwakke school. En dat laatste is dan weer van invloed op het voortbestaan van je school.

Labels en hokjes

Peters toont begrip voor het standpunt van deze scholen. Hij is zelf ook directeur van een basisschool geweest. “Je wilt koste wat kost voorkomen dat het voorbestaan van je school in het gedrang komt, dus ga je mee in het keurslijf wat je vanuit Den Haag wordt opgelegd. Ook ouders worden beïnvloed door die prestatie- en regeldruk. Op het schoolplein lijkt het alleen maar te gaan over Cito-scores of de inhoud van het rugzakje van je kind (leerlinggebonden financiering, red). Want stel je toch voor dat je kind niet gewoon mee kan komen in het onderwijs, dan wil je daar als ouder toch ook een excuus voor hebben. Een diagnose biedt bovendien houvast én betaalt zich uit in geld voor extra ondersteuning. Ook dat is een negatieve prikkel van het huidige systeem. Daarom krijgen kinderen steeds vaker een label en worden ze in hokjes geplaatst. Laat ze toch gewoon zijn, wie ze zijn.”

Wat heb jij nodig?

Het mooie van passend onderwijs vindt Peters, is dat het scholen dwingt te kijken naar de onderwijsbehoefte van een kind. “Geen labels, geen diagnose, maar alleen een antwoord op de vraag: Wat heb jij nodig? En alle kinderen die gewoon kunnen meekomen en geen bijzondere aandacht nodig hebben, gun ik klasgenootjes met een beperking, gedragsprobleem of ander ‘vlekje’. Zo leren ze in de dagelijkse praktijk rekening te houden met elkaar en te kijken naar elkaars mogelijkheden. Het verrijkt hun leven, voor nu en in de toekomst. Ik hoop dat alle ouders dat gaan inzien, met of zonder stimulans vanuit Den Haag.”