Amerikaanse schoolbus

"Ook kwetsbare burgers moeten zich welkom voelen in de bus"

Regiomanager Kees van de Wouw is bij Arriva verantwoordelijk voor het managen van de vervoersconcessies in Noord-Brabant. “Fysieke toegankelijkheid is voor ons een voorwaarde om in aanmerking te komen voor zo’n concessie. De betreffende eisen neemt de provincie op in het aanbestedingsbestek. Om daar aan te voldoen, zorgen wij dat alle aspecten van het openbaar vervoer breed toegankelijk zijn voor zo veel mogelijk doelgroepen.”

Het spreekt dus voor zich dat de bussen zijn aangepast. “Daarbij kan je denken aan een verlaagde instap voor mensen die slecht ter been zijn, gidslijnen op de vloeren voor visueel beperkten en oprijplaten voor rolstoelgebruikers. Natuurlijk gaat er ook veel aandacht uit naar het toegankelijk maken van de bushaltes zelf. Ook deze worden toegankelijk gemaakt voor mensen met een beperking.”

Toegankelijk informeren

Van de Wouw signaleert een toenemende aandacht voor de toegankelijkheid van informatie over en in het openbaar vervoer. “De oude papieren routekaart maakt steeds meer plaats voor digitale informatieborden in de haltes en in de bussen. En voor visueel beperkten zijn er digitale palen waar ze door middel van spraak geïnformeerd worden. Daarnaast zien we dat websites en apps via de smartphone een steeds belangrijkere rol spelen in het toegankelijk maken van de vervoersinformatie. Ook hier biedt Arriva de nodige oplossingen voor.”

Trainen van chauffeurs

‘Naast al die fysieke voorzieningen vinden wij het ook heel belangrijk dat kwetsbare burgers op de juiste manier worden bejegend en begeleid in onze bussen. Daarom krijgen al onze chauffeurs een training in het omgaan en communiceren met mensen met een beperking. Zet heeft deze training speciaal ontwikkeld voor het openbaar vervoer. Onze chauffeurs zijn er heel enthousiast over.’

‘Wij vinden onze bussen een prima vervoersmiddel voor kwetsbare burgers en mensen met een beperking. Daarom hebben wij de afgelopen jaren deelgenomen aan diverse pilotprojecten elders in het land, om juist deze doelgroepen te bewegen om meer gebruik te maken van onze dienstverlening. De lessen die we daar geleerd hebben, nemen we natuurlijk ook mee naar Brabant.’