gehandicapten auto en fietsen

Kunnen gaan en staan waar je wilt, is een belangrijk aspect van participatie. Zonder beschikbaarheid en bereikbaarheid van toegankelijk (openbaar) vervoer dreigt maatschappelijke uitsluiting en ‘opsluiting’ achter de geraniums.

De wil is aanwezig

Gelukkig bestaat in Nederland brede consensus over het streven dat mensen met een beperking of chronische aandoening moeten kunnen deelnemen aan alle aspecten van het maatschappelijk verkeer. De regering heeft een aantal zaken rondom toegankelijkheid per wet geregeld. Door de overheid zijn tal van beleidsmaatregelen getroffen gericht op het waarborgen van gelijke rechten en kansen en op het garanderen van de maatschappelijke participatie van mensen met een mobiliteitsbeperking. Zo regelt sinds 2012 de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz) het recht op mobiliteit voor iedereen. Specifiek op vervoersgebied regelt de Wet personenvervoer 2000 dat overheden en vervoersautoriteiten bij het verlenen van een concessie aan een vervoermaatschappij rekening moeten houden met alle aspecten van de toegankelijkheid van het vervoer voor mensen met een beperking.

Ruimte voor verbetering

Op het eerste gezicht lijkt alles dus prima geregeld in Nederland als het gaat om vervoer. Een nadere blik op de termijnen die gesteld zijn in de wet- en regelgeving (zie tabel) laat echter zien dat er nog volop ruimte voor verbetering is. Zelfs als alles volgens plan verloopt, zou anno 2016 meer dan de helft (54%) van alle bushaltes in Nederland nog altijd niet toegankelijk zijn voor mensen met een mobiliteitsbeperking. Tegelijkertijd zien we dat in 2020 volgens prognose nog altijd 30% van de treinstations niet voor rolstoelgebruikers toegankelijk is. Heeft het onderwerp dan geen prioriteit? Natuurlijk wel, maar er zijn forse kosten verbonden aan het toegankelijk maken van alle stations, perrons en al het rijdend materiaal. Vervoersbedrijven hebben hiervoor slechts beperkte budgetten beschikbaar.

De kip of het ei?

Vervoerders geven daarnaast aan dat slechts een handvol mensen met een beperking gebruik maakt van hun dienstverlening. Ondanks forse investeringen in het aanpassen van hun rijdend materiaal. Mensen met een mobiliteitsbeperking stellen op hun beurt dat het openbaar vervoer voor hen nog allerlei toegankelijkheidsproblemen kent. Een voorbeeld hiervan is de rolstoelplaats in de bus: er is maar één plaats beschikbaar en wanneer deze bezet is, moet de chauffeur een eventuele volgende passagier in een rolstoel bij de halte laten staan. Ook de NS kent haar restricties. Nog steeds is op de meeste stations assistentie nodig bij het in- en uitstappen. Deze hulp moet ruim vantevoren worden aangevraagd en is slechts tot aan het begin van de avond beschikbaar. Op stap of naar een feestje met het openbaar vervoer is dus geen optie. Begrijpelijk dus, dat mensen met een beperking geneigd zijn te kiezen voor alternatieven en trein en bus links laten liggen. Kortom: als het openbaar vervoer beter toegankelijk is, maken meer mensen met een beperking er gebruik van. Maar als er meer mensen met een beperking gebruik maken van het OV, dan is dit voor vervoerders ook een extra prikkel om het OV toegankelijker te maken.Gelukkig worden er al stappen gezet om deze impasse te doorbreken.

De Vervoersexperience die Zet onlangs organiseerde met ROB (Reizigersoverleg Brabant) leverde een ‘Schijf van vijf’ op voor een gezond en vitaal openbaar vervoer’. Reizigers verlangen van overheden en  vervoerders actie op een vijftal punten: boeien & binden, combineren, informeren, innoveren en verleiden. Het lijkt ons een schone taak voor Zet en het ROB om te onderzoeken in hoeverre deze schijf van vijf geldt voor reizigers met een mobiliteitsbeperking en hoe de invulling ervan kan bijdragen aan een intensiever gebruik door deze doelgroep van het openbaar vervoer.

Bezuinigingen

Naast het openbaar bus- en treinvervoer zetten we in Nederland nog een aantal specifieke vervoersoplossingen in voor mensen met een mobiliteitsbeperking. Bijvoorbeeld:

  • Regionaal (taxi)vervoer
  • Leerlingenvervoer
  • Wmo vervoersregelingen (voor onder andere dag- en woonvoorzieningen)
  • (Regionaal) Sportvervoer

Als gevolg van bezuinigingen bij gemeenten worden deze regelingen steeds verder versoberd: minder busjes en minder kilometers. Mensen met een mobiliteitsbeperking moeten zoveel mogelijk gebruik maken van het openbaar vervoer. Zeker in landelijke gebieden staat de bereikbaarheid met het openbaar vervoer echter duidelijk onder druk. OV-haltes komen te vervallen en soms worden hele lijnen geschrapt, waardoor het gebruik van het openbaar vervoer juist wordt bemoeilijkt.

Creatieve oplossingen

Gloort er dan helemaal geen licht aan de horizon?

Natuurlijk wel!

In de hele zorg- en welzijnssector is de tendens dat mensen een beroep moeten doen op hun eigen netwerk. Op vervoersgebied is dat niet anders. Is er een buurman die toevallig hetzelfde traject rijdt? Is er een familielid dat even de boodschappen wil ophalen? Kan het leerlingenvervoer ook voor andere doeleinden worden gebruikt? Beschikt de buurtvereniging zelf over een busje dat door vrijwilligers wordt bemand? Vragen die al vaak worden gesteld én beantwoord in de praktijk. Want gemeenten, burgers, vervoersbedrijven en maatschappelijke organisaties zijn volop aan het experimenteren met creatieve vervoersoplossingen. We zijn allemaal op zoek naar de ‘holy grail’: een mobiliteitsoplossing tegen relatief lage kosten, die toch de flexibiliteit biedt die moderne burgers vragen. En dat blijft maatwerk. In het Land van Cuijk hebben we kunnen bijdragen aan prachtige oplossingen (zie  hieronder), zoals u in de interviews met de initiatiefnemers kunt lezen. De ervaringen die we daar hebben opgedaan, delen we graag met u. Om initiatieven zoals in het Land van Cuijk te stimuleren heeft de provincie Noord-Brabant een subsidieregeling opgezet. Intiatiefnemers van kleinschalige mobiliteitsoplossingen kunnen hierop een beroep doen. Met deze regeling hoopt de provincie Noord-Brabant de mobiliteit ook in plattelandsregio’s op peil te houden.

¹Subsidieregeling verkeer en vervoer Noord-Brabant 2013 (www.brabant.nl)

Lokale knelpunten, lokale pilots

In het Land van Cuijk ging Zet als projectleider op zoek naar duurzame oplossingen, samen met  bewoners, vervoerders, gemeenten en andere lokale partijen. Dat resulteerde in drie pilotprojecten:

Om de bereikbaarheid van het Maasziekenhuis in Boxmeer te verbeteren, voerde de vervoersmaatschappij een dalurentarief in voor Wmo-pashouders. Dat vermijdt een planningspiek in het ziekenhuis én een vervoerspiek. Gunstig voor reiziger, vervoerder en ziekenhuis. Dus dat werkt.

In Sint Hubert blijken veel mensen niet te weten hoe het OV in elkaar zit. Een bewonerswerkgroep zorgt voor vrijwillige mobiliteitsconsulenten en buddy’s, die uitleg geven en nieuwe reizigers wegwijs maken. Ook hebben we dorpsbewoners laten kennismaken met diverse vormen van openbaar vervoer.

In Vianen onderzochten we de mogelijkheid van een buurtbus. Ook helpen bewoners mee om de auto’s die het dorp in en uit rijden beter te bezetten, met de actie ‘Vianen, ik neem je mee.

’Zie ook www.wijzijnzet.nl/bereikbare-regios/'

informatiekaart