Mannen op atletiekbaan

"Toegankelijkheid is nog lang niet overal vanzelfsprekend"

In het nieuwe bestuursakkoord van Gedeputeerde Staten is ruim aandacht voor ‘Samen doen’ in Brabant. “Samen doen begint bij meedoen, en één van de randvoorwaarden hiervoor is toegankelijkheid”, aldus Henri Swinkels, gedeputeerde Leefbaarheid & Cultuur van de provincie Noord-Brabant. Sinds juni 2015 is hij ambassadeur toegankelijkheid van Zet.

“Vaak wordt naar de persoon met een beperking gekeken, die moet maar gewoon meedoen. Natuurlijk moet die wil er zijn, maar dan moet je ook mee kúnnen doen en dat is ook een verantwoordelijkheid van de samenleving. Hier kunnen en moeten we allemaal een bijdrage aan leveren.” Het is duidelijk waar hij de komende tijd zijn pijlen op gaat richten.

Geen onwil

“In mijn ogen is het over het algemeen geen onwil”, stelt Swinkels. “De meeste burgers en ondernemers in Brabant onderschrijven het belang van participatie van mensen met een beperking en willen hier best een bijdrage aan leveren. De sleutel om hen in actie te laten komen is het delen van kennis en expertise.” Het blijkt voor velen gewoon lastig om zich te verplaatsen in de obstakels waar mensen met een beperking tegen aan lopen, denkt hij. “Hoe speel je in op hun behoeften? Wat is er nodig aan aanpassingen? En hoe treed ik hen op een goede manier tegemoet? Vragen waar relatief makkelijk een antwoord op te vinden is als je de juiste partijen maar bij elkaar brengt. Hierin zie ik een belangrijke rol weggelegd voor Zet.”

Een wereld te winnen

Swinkels ziet in Brabant al heel veel goede dingen gebeuren op het terrein van toegankelijkheid en vrijetijdsbesteding. “Daar moeten we zeker niet aan voorbijgaan, maar het is te makkelijk om het al als een vanzelfsprekendheid te beschouwen. Bij veel gemeenten en maatschappelijke organisaties is het een thema dat hoog op de agenda staat en overal in wordt meegenomen. Binnen het MKB echter, hebben we nog een wereld te winnen. Al zie je ook hier grote verschillen”, benadrukt Swinkels. Aan de ene kant ziet hij bedrijven die iemand in hun directe omgeving hebben met een beperking of die daar vanuit de lokale samenleving op worden aangesproken. Zij zorgen er zonder slag of stoot voor dat hun accommodatie en hun aanbod zijn aangepast voor mensen met een beperking. “Bij bedrijven die er verder vanaf staan, zie je niet of nauwelijks actie. Hen kunnen we wellicht in beweging brengen met financiële argumenten. Door in te spelen op de behoeften van mensen met een beperking, kun je als ondernemer namelijk domweg meer inkomsten genereren. Zeker gezien de vergrijzing hebben we het over een sterk groeiende doelgroep. Maar goed, ik ben niet degene die hen moet overtuigen. Het is veel beter als ondernemers elkaar overtuigen door ervaringen uit te wisselen.”

Jongen speerwerpen

Financiële beperking

Naast mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking signaleert Swinkels nog een grote groep kwetsbaren die niet vanzelfsprekend deel uitmaakt van de samenleving: de mensen die het financieel moeilijk hebben. “Armoede beperkt mensen even goed in het kunnen meedoen, ook op het gebied van sport, cultuur en andere vormen van vrijetijdsbesteding. Wat dat betreft zie ik armoede ook als een beperking en bron van uitsluiting. Ook voor deze groep mensen moeten we meer oog en oor hebben. Daar ga ik me in mijn rol als ambassadeur toegankelijkheid zeker voor inzetten. Want net als een beperking heeft armoede nooit vakantie.”

Speerpunten gehandicaptensport

Maatschappelijk gezien is sport een heel belangrijke vorm van vrijetijdsbesteding, vindt Swinkels. “In het bestuursakkoord hebben we daarom opgenomen dat er meer aandacht moet komen voor gehandicaptensport. Daarin zie ik twee belangrijke speerpunten. In Brabant is veel aanbod op het gebied van aangepast sporten. Die infrastructuur moeten we zó inrichten dat vraag en aanbod elkaar beter vinden, waardoor meer mensen met een beperking kunnen gaan sporten. Ook mag het aanbod voor mensen die rolstoelafhankelijk zijn nog wel wat groter worden.”

Inspireren en ondersteunen

Wat Swinkels het allermooiste zou vinden, is dat iedereen kan sporten in zijn eigen buurt of wijk. Dat mensen met een beperking aansluiting vinden binnen een reguliere sportvereniging. “Ook daarvan zijn al heel wat mooie voorbeelden in Brabant. Deze good practices moeten we veel meer laten zien om anderen te inspireren.

En waar de goede wil er is, maar kennis ontbreekt, moeten we ondersteuning bieden, zodat goede intenties ook uitmonden in een succesvolle praktijk. Als gedeputeerde en ambassadeur toegankelijkheid wil ik ervoor zorgen dat iedereen die meedoet, ook mee kan blijven doen en dat zo steeds méér mensen mee gaan doen. Daar hebben wij–de mensen met een beperking én de samenleving–een gedeelde verantwoordelijkheid in. Mijn wens voor Brabant: ‘In Brabant ben je nooit alleen’. Ook niet als je een beperking hebt.”