"Betrek mensen met een beperking aan de voorkant bij nieuwe ontwikkelingen"

Zijn boek ‘De worstelaar’ voert hem nog geregeld naar zalen waarin hij mensen toespreekt. Het is het spannende relaas van Ahmad Qeleich Khany die in 1990 als bijna blinde worstelaar zijn vaderland Iran ontvlucht. Tijdens de Wereldspelen in Assen sluipt hij het atletendorp uit, neemt de bus en de trein en vraagt asiel aan. Alles liet hij achter om hier in Nederland als Sander Terphuis een nieuw leven op te bouwen. Dat is hem uitstekend gelukt.

VN-verdrag

Terphuis is gespecialiseerd in mensenrechten. “Uiterst boeiend, want daar kan ik belangrijke thema’s aan koppelen, zoals de rechten van gehandicapten, van kinderen of van mensen die vluchten voor oorlog en geweld.” Bijna was hij ook Nederland ‘ontvlucht’; hij was namens de PvdA kandidaat voor het Europees Parlement. Binnen zijn partij is hij actief in diverse commissies, vooral op de thema’s mensenrechten en vluchtelingenbeleid. Dat levert hem invloed op en korte lijnen naar zowel Tweede Kamerfractie als de media. “Als jurist heb ik ook te maken met het VN-verdrag voor de rechten van de mensen met een handicap. Dat het zo lang duurt voordat dit geratificeerd wordt, heeft te maken met ons politieke stelsel. Ga maar na, vier kabinetten Balkenende en nu al Rutte 2, en dat alles vanaf 2002. Om de ambities uit te voeren is meer rust nodig. Ik denk dat het er dit jaar toch van zal komen, ondanks vertragingstactieken van de VVD. Let op, landen als Angola, Guatemala en Ghana hebben het weliswaar al geratificeerd, maar er gebeurt daar weinig tot niets. Terwijl ik laatst in Zeist in een restaurant heb gegeten waar de menukaart al standaard ook in braille wordt aangereikt. Liever geen papieren werkelijkheid, maar echte toegankelijkheid.”

Niet afhankelijk

Zijn linkeroog is zo goed als blind, met rechts ziet hij met een lens en een bril ongeveer zes procent. “Dan merk je dat digitalisering ook zo zijn nadelen heeft. Overal zijn schermpjes gekomen omdat de maatschappij vooral visueel is ingesteld. Hoewel ik veel onthoud tijdens mijn reizen sta ik weleens op een verkeerd perron, omdat alleen op de borden is aangegeven dat er een andere trein stopt.” Toch is Terphuis vooral een optimistisch mens die minder in problemen denkt dan in uitdagingen of kansen. Hij voelt zich niet afhankelijk van anderen. “Normaal kijk ik voordat ik ergens heen ga op internet. Als het VN-verdrag in werking treedt, is een van de belangrijkste toegankelijkheidsacties dat alle sites goed bruikbaar worden.” Zijn advies: maak aan de voorkant van nieuwe ontwikkelingen meer gebruik van de expertise van mensen met een beperking. “Als er nu iets uitvalt, zoals de stemcomputer, moet iedereen weer met een rood potlood een klein hokje kleuren. Ik kon mijn eigen naam niet vinden op de kieslijst! En met mij zijn er zo’n 300.000 anderen die ook geen gebruik kunnen maken van dit basisrecht. Gezien de vergrijzing zal dat aantal de komende jaren sterk toenemen.”

"Als het gaat om bewustwording heeft de overheid een belangrijke taak"

Hoe jonger hoe beter

Op het gebied van bejegening is nog het nodige te winnen, illustreert Terphuis: “Ik was met een volledig blinde vriend op pad geweest en we waren op station Nijmegen beland. Omdat we geen van tweeën zekerheid konden krijgen of we bij de trein naar Utrecht stonden, vroegen we dit aan een passant. Die zei alleen ‘dat is deze’ en tilde mijn vriend van de grond om hem in de trein te plaatsen. Ongetwijfeld vriendelijk bedoeld, maar toch... Goede bejegening kun je niet collectief opleggen, maar is volgens mij wel een kwestie van educatie, net als mensenrechten. Het onderwijs geeft prima mogelijkheden om deze bewustwording te optimaliseren. Zo wordt op sommige basisscholen allochtone jongens geleerd dat mannen en vrouwen gelijk zijn.

Op eenzelfde manier kun je meegeven dat mensen met en zonder handicap ook niet in twee verschillende werelden leven. Hoe jonger hoe beter. Wie weet kan dat straks ook in Iran. Van de week vierde ik een bescheiden feestje toen ik hoorde dat er meer toenadering komt tussen het Westen en mijn geboorteland. Daar kon ik de eerste 18 jaar van mijn leven heel moeilijk de deur uit als gehandicapte. Ik schaamde me als ik iets moest lezen en het daartoe heel dicht bij mijn ogen moest houden. Ook hier weer het belang van voorlichting en bewustwording in de samenleving. De overheid heeft daarbij een hele belangrijke taak.”

Samen sporten

De favoriete vorm van vrijetijdsbesteding van de naar eigen zeggen inmiddels ‘nuchtere Nederlander’, is sport. “Ik heb fanatiek aan tandemracen gedaan. Samen met een ziende voorop vorm je een team en valt je handicap weg. Grappig genoeg was samen sporten in Iran juist al eerder een item dan hier in Nederland. Ik worstelde altijd met niet-gehandicapten. Die sport leent zich daar ook goed voor. Je grijpt iemand vast, vliegt erop en probeert hem plat te leggen. Op dit moment is worstelen niet meer mijn eerste sport, hoewel ik nog wel eens naar Utrecht ga om bij Hercules een beetje te sparren. Wat ik wel doe is armworstelen. Mijn armen zijn sterk geworden door het worstelen en dat hou ik nu bij met krachttraining. Niet meer met de intentie om de mat op te gaan, maar meer om in shape te blijven. Ja, er mogen best wel een paar kilootjes af”, lacht de worstelaar.