Blog van Nathalie Baas, adviseur Zet

Vorige week kwamen de grenzen aan de mantelzorg drie keer in het nieuws in de landelijke bladen:

  1. Het SCP concludeert dat één op de drie mantelzorgers zijn geduld weleens verliest tijdens het zorgen voor een familielid, vriend of buur wat nogal eens leidt tot schreeuwen of het ruw behandelen van degene voor wie zij zorgen.
  2. Aedes, de vereniging van woningcorporaties, constateert dat woningbouwverenigingen steeds meer last hebben van verwarde huurders die incidenten veroorzaken, zoals geweld tegen buren of corporatiemedewerkers, brandstichting of andere schade aan de woning.
  3. En tot slot het drama van de man met dementie die zijn vrouw vermoordt.

Voorkomen is beter

Schrijnende gevolgen van een terugtrekkende overheid. Als gevolg van beleid waarin de overheid let op de zorgkosten en een groter beroep op ons allen doet om langer zelfstandig thuis wonen mogelijk te maken, is het van belang extra aandacht te hebben voor degenen die zorg vanuit huis nodig hebben. En niet te vergeten voor hun mantelzorgers. Als die al betrokken zijn... Dat is namelijk niet altijd het geval, terwijl sommigen dus echt niet zonder een mantelzorger in de buurt zelfstandig kunnen wonen. En waar die mantelzorger wel in beeld is, ontbreekt het vaak aan de juiste kennis over de kenmerken van het ziektebeeld. Meer dan jammer, omdat de zorg op die manier uit de hand kan lopen. Veel leed en overbelasting kunnen we voorkomen of verminderen door de juiste informatie en communicatie. In de eerste plaats richting de mantelzorger, maar ook richting professional.

Hoe zwaar is de zorg?

We zijn nu een jaar verder sinds de invoering van de WMO. De hoogste tijd voor transformatie. Voor de kernvragen aan de zorgvrager en de mantelzorger: wat heb je nu écht nodig om de zorg vol te houden? En wat moet er gebeuren om de service en zorg te verbeteren? Dat vraagt bewustwording van de problematiek, aan zowel de vraag- als de aanbodkant. Eerst moet de zorgzwaarte en –behoefte duidelijk zijn. Hoe zwaar is de zorg gemeten in tijd en qua beleving? En waar het goed gaat: wat is er nodig zodat dit zo blijft? Maar ook: hier staat het water tot aan de lippen. Dus als we nu niets doen, escaleert de boel. Met alle consequenties van dien, variërend van schreeuwen en geweld, tot uitval van de mantelzorger en vroegtijdige opname van de zorgvrager. Wat is nodig om deze drama’s te voorkomen?

De mantelzorger moet weten wanneer de zorgzwaarte teveel dreigt te worden. Door tijdige signalering en informatie door de professional zal het beter lukken die balans te vinden. Of, om met de woorden van prof. dr. Theo Poiesz te spreken: het gaat om gedrag. Gedrag dat bepaald wordt door drie factoren: motivatie (de mate waarin de persoon een doel wenst te bereiken), capaciteit (de mate waarin de persoon zelf over de eigenschappen, vaardigheden of instrumenten beschikt om een bepaald gedrag uit te voeren) en gelegenheid (de mate waarin de buiten de persoon gelegen omstandigheden bevorderend of remmend inwerken op bepaald gedrag).

Doorbreek het taboe

Om te komen tot erkenning van de zorgzwaarte door de mantelzorger zelf én door de omgeving (familie, buurt, school, werk) en de (zorg)professional, moeten we kwetsbaarheden durven uitwisselen. Maak het bespreekbaar, van beide kanten. Taboes doorbreken. Daar gaat het om. “Ik ben professional, dus jij moet naar mij luisteren”, die houding werkt niet meer in de huidige samenleving. Dat geldt voor iedereen: wijkzuster, woningopzichter, schooldocent of werkgever. Probeer protocollen eens wat los te laten. De zorgvrager en mantelzorger weten uit vaak jarenlange ervaring zelf welke zorg wel en niet werkt. En wat ze nodig hebben om de zorg vol te houden.

Voor de partner van een zorgvrager met dementie kan dat respijtzorg op maat zijn. Voor de werkende mantelzorger van een ouder met Niet Aangeboren Hersenletsel betekent dat bijvoorbeeld begrip, betrokkenheid en een flexibele houding van collega’s en directie. Voor het kind van gescheiden ouders dat opgroeit met een depressieve moeder kan dat een docent zijn die simpelweg weet van de situatie, eventueel een luisterend oor biedt en mogelijkheden creëert om toch het schooljaar zo goed mogelijk te volbrengen.

Kortom: luister naar elkaar, stel de juiste vragen, leer van elkaar en handel ernaar. Een mooi voornemen voor het nieuwe jaar.