De interregionale werkconferentie op 3 juni voor koplopergemeenten uit Noord-Brabant, Limburg en Belgische Kempen, toonde aan dat lokale DVG-netwerken elk op eigen tempo en wijze werken aan de borging van een ‘dementievriendelijke gemeenschap’. 

Het aantal mensen met dementie neemt de komende jaren enorm toe. Door de transities in de zorg stromen zij minder snel door naar intramurale zorg en blijven zij langer thuis wonen. Nu woont 70% van de mensen met dementie al thuis. Er ligt dus een grote uitdaging voor de Brabantse samenleving om mensen met dementie en hun mantelzorgers in hun eigen leefomgeving goed op te vangen en zoveel mogelijk levenskwaliteit te bieden. Het concept dementievriendelijke gemeenschap (DVG) bevat handreikingen over hoe verschillende partijen in de lokale samenleving kunnen samenwerken om een gunstige omgeving te creëren waarin ook ruimte is voor mensen met dementie.

In Noord-Brabant zijn de gemeenten Bladel, Steenbergen, Oisterwijk en Waalwijk koplopers van het DVG-concept.  Zij hebben in 2012 het convenant ‘dementievriendelijke gemeenschap/gemeente’ als eersten getekend. Voor hen staat het jaar 2015 in het teken van borging. Dit jaar loopt de externe ondersteuning en financiering voor de opstart van het project af en gaan zij het DVG-concept in de lokale samenleving duurzaam inbedden.

Moment voor reflectie

Tijdens de interregionale werkconferentie in Steenbergen konden koplopers hun kennis en ervaring  over borging uitwisselen. De belangstelling voor deze werkconferentie was groot. Een uiteenlopende groep van DVG-participanten (uit België en Nederland), werkzaam bij gemeenten, zorginstellingen, kenniscentra en bedrijven waren vertegenwoordigd. Zij kregen een gevarieerd programma voorgeschoteld met presentaties, documentairefilms en werksessies. Zo lichtte een directeur van een zorgorganisatie toe hoe e-health, vaak ook wel ‘koude’ technologie’ genoemd, in combinatie met warme zorg juist meer levenskwaliteit en vrijheid creëert voor mensen met dementie. Ook vond de première plaats van de documentaire ‘Gewoon Doen’ met daarin mooie verhalen over hoe je bijvoorbeeld een verenigingsgenoot met dementie op eenvoudige manier kunt helpen mee te blijven doen. Bij de werksessies presenteerden koplopers hun plannen over hoe zij de DVG-beweging, projecten en activiteiten in hun gemeente gaan borgen. Door wederzijdse reflectie kunnen DVG-participanten hun eigen plannen voor lokale borging weer aanscherpen.

Lerende netwerken

Uit deze werksessies kwam naar voren dat het borgen van het DVG-concept voor de meesten geen eenvoudige klus is. Zo hebben sommige koplopers te maken met terugtrekkende professionals als gevolg van bezuinigingen in de organisatie of kampen ze met een tekort aan financiën voor projecten. Koplopers presenteerden verschillende oplossingsrichtingen voor de vraagstukken die op tafel werden gelegd. De meesten willen in 2015 opnieuw commitment vragen bij bestaande én nieuwe samenwerkingspartners om de lokale samenwerking een boost te geven. Daarnaast zoeken ze naar nieuwe organisatievormen die de binding tussen die samenwerkingspartners in de huidige netwerksamenleving beter borgt. Bij wie leg je dan de regie, wat is de goede balans tussen sturen en loslaten en hoe opereer je als DVG-netwerk meer als ondernemer? Koploper Oisterwijk richt bijvoorbeeld een dementiecoöperatie waarvan naast inwoners ook ondernemers lid kunnen worden om zo de financiële continuïteit van projecten te waarborgen.

Slotconclusie van de dag is dat alle koplopers als lerende netwerken in de praktijk aan den lijven uitvinden wat werkt, niet opnieuw het wiel uitvinden maar van elkaar leren. En bovenal met volle overtuiging doorgaan om hun gemeenschap dementievriendelijker te maken.