Blog Thijs van de Schoot, projectmedewerker

Thijs van de Schoot

In september reisde ik naar Denemarken in het kader van het internationale project ITHACA (project rondom het thema langer en gezond thuiswonen). De Deense aanpak rondom dit thema raakt vast aan de situatie in Brabant, dacht ik. 

Maandag 11 september 2017: een deel van de Brabantse delegatie verzamelt zich al vroeg in de ochtend op Eindhoven Airport. Vandaag vliegen we richting Kopenhagen voor een bezoek aan de Deense regio Sjaeland! Een drukke week staat ons te wachten.

Voor we ons voegden bij de andere Europese delegaties stond eerst een bezoek aan het Europese hoofdkantoor van de Wereldgezondheidsorganisatie op de agenda. Daar bespraken we het programma van ITHACA met Manfred Huber (Programmaleider Healthy and Active Aging). We zoomden in op de aanpak van Noord-Brabant. Het combineren van sociale en technische innovaties en de inzet van sociaal ondernemers juicht Manfred meer dan toe. De quote die me voor de rest van de week zal bij blijven is dan ook: “Te vaak zie ik mensen iets organiseren, wat al lang bestaat; kijk hoe je slim kunt combineren.”

Zelf iets nieuws verzinnen, om het vervolgens een innovatie te noemen is geen innovatie. Om werkelijk innovatief te zijn is het van groot belang te weten wat al bestaat en te bepalen hoe daarop extra meerwaarde te maken. Deze boodschap is voor mij tekenend voor het Deense werkbezoek én voor mij persoonlijk de drive om deel te nemen aan deze leerbijeenkomsten!

Vooraf had ik dus de verwachting dat de Deense aanpak rondom langer en gezond thuis wonen erg zou raken aan de situatie in Brabant, Nederland. De landen lijken immers veel op elkaar, net als de inwoners van beide landen. Als je goed luistert en leest lijken het Deens en Nederlands zelfs erg op elkaar. In de praktijk bleek er echter een wezenlijk verschil te zijn in focus. Waar we in Brabant de nadruk leggen op sociaal ondernemerschap in het tackelen van het vraagstuk rondom langer gezond thuis wonen, zagen we dat de Denen zich toeleggen op technologische ontwikkelingen.

Desalniettemin, of misschien juíst daarom, hebben we als Brabantse delegatie een aantal belangrijke lessen geleerd in Sjaeland. Zo zijn we voorgesteld aan het ‘FIERS’-project; een fonds voor publiek-private samenwerking dat faciliteert in het ontwikkelen en opzetten van innovaties. Door een slimme combinatie van netwerk, financiering en coaching worden bedrijven in staat gesteld samen met overheden te werken aan nieuwe concepten. Het proces wat hiervoor gelopen is zou als versteviging moeten dienen van een ondersteuningsstructuur voor sociaal ondernemers in Noord-Brabant. 

Een ander groot leerpunt waarop de regio Sjaeland verraste was de focus op Big Data. Sjaeland is als plattelandsregio op zoek naar een manier om zichzelf te onderscheiden van het nabijgelegen Kopenhagen. Om de uitstroom van, met name hoogopgeleide, jongeren tegen te gaan, zet de regio fors in op het verzamelen van data. Het idee hierachter is dat (grote) bedrijven en kennisinstellingen gebruik willen maken van hun data om (nieuwe) producten te ontwikkelen en te testen. Hiervan zou niet alleen het bedrijf in kwestie profiteren, maar dit geeft een boost aan werkgelegenheid, gezondheid én status van de regio. Voor Brabant ligt hierin ook een grote vraag: hoe krijgen we de data die we hebben beschikbaar voor (sociaal) ondernemers?

Het werkbezoek heeft mij veel nieuwe inzichten gegeven. Om aan te sluiten bij het statement van Manfred Huber: we hebben op veel gebieden de kunst af kunnen kijken van de Deense situatie. Nu is het aan ons om te kijken hoe dit ook in Brabant voor een meerwaarde gaat zorgen!