Social media share van presentatie

De voordelen van sport en bewegen zijn evident: het is goed voor de gezondheid en de sociale veerkracht. Daarom zou iedereen moeten sporten, met en zonder beperking. Tijdens de derde toegankelijkheidsconferentie van Zet kwamen ruim honderd vertegenwoordigers vanuit sport en beleid in beweging om die ambitie waar te maken. Ervaringsverhalen vormden de kern.

Dagvoorzitter en adviseur toegankelijkheid bij Zet Francis Meulendijks deed in haar opwarmende column al een appèl om niet alleen beroepsmatig te werken aan inclusief sporten, maar ook in het privéleven: ‘Er is nog een wereld te winnen op het gebied van sporten voor mensen met een beperking. Ook bij mijn eigen roeivereniging.’ In haar openingswoord tijdens de conferentie vult ze dat aan: ‘Wat doet jouw club voor mensen met een beperking? Het is vaak een ware zoektocht als iemand wil sporten. Het vervoer is een probleem, vraag en aanbod vinden elkaar niet altijd, mensen voelen zich soms onwelkom.’ 

Francis Meulendijks geeft speech
dagvoorzitter Francis Meulendijks

Goud voor Tilburg

De Tilburgse wethouder Hans Kokke mag als eerste het podium op. Zijn stad won dit jaar de European City of Sport award, en hij benadrukt het belang van sport voor de samenhang in de stad. ‘Wat mij betreft verdienen we pas Goud voor Tilburg als iedereen mee kan doen.’

Om alvast de juiste mindset te krijgen voor de ervaringsverhalen, geeft beweegcoach Rian Hermans een warming up van de hersenen. In navolging van ‘zitten is het nieuwe roken’ van professor Scherder laat zij de deelnemers met beweeg/denkspelletjes kennis maken met cognitieve fitness.

Gedeputeerde Henri Swinkels werd tijdens de vorige editie van de toegankelijkheidsconferentie van Zet benoemd tot Ambassadeur Toegankelijkheid. Vandaag interviewt hij vier sporters met een beperking over hun ervaringen: Wat betekent sport en bewegen voor hen? Welke drempels komen ze tegen? En vooral: wat zouden zij doen als ze het voor het zeggen hadden?

Wethoude Kokke op presentatie scherm
Wethouder Kokke uit Tilburg

Hardlopen aan een touwtje

Man aan het woord

Sport heeft meerdere positieve effecten, maar elke sporter heeft zo zijn eigen beweegredenen. Voor de ene sporter is het sociale aspect belangrijk, bij een ander ligt de nadruk misschien meer op zelfstandig ontspannen. Dat maakt duidelijk dat er meerdere sporen gevolgd moeten worden: het zou normaal moeten worden dat reguliere verenigingen aanbod hebben, terwijl gespecialiseerde mogelijkheden ook noodzakelijk zijn. Neem Milton Lie kwie, die blind is. ‘Mijn zelfstandigheid is een groot goed, net als het gevoel dat ik helemaal zelf verantwoordelijk ben voor mijn prestaties. Ik kon wel lid worden van een atletiekvereniging, maar dan moest ik hardlopen aan een touwtje. Daar had ik dus echt geen zin in. Uiteindelijk kwam ik terecht bij Showdown. Voor wie het niet kent: het is ontstaan vanuit airhockey, maar dan met een rinkelende bal. Alle deelnemers dragen een afgeplakte skibril en proberen op het gehoor te verdedigen en te scoren in het doel van de tegenpartij. Als ik aan het spelen ben, vergeet ik dat ik gehandicapt ben. Dan voel ik me gelijk aan ziende mensen.’

Laat de bal twee keer stuiteren

Voor Agmaja Kolman bleek de beste optie wel bij een reguliere vereniging te liggen. ‘Voor mensen die op latere leeftijd gehandicapt raken, verkleint sporten het sociale isolement. Roeien is heel goed mogelijk voor mensen die rolstoelafhankelijk zijn. Er zijn relatief weinig aanpassingen nodig aan de boot.’ Henk Smit, die zich al decennia inzet voor de gehandicaptensport in Zuid-Nederland, scherpt het meersporenbeleid aan: ‘Bij sommige sporten zijn de regels eenvoudig aan te passen en kunnen sporters met een beperking prima samen met valide sporters spelen. Neem tennis: het enige verschil is dat rolstoeltennissers de bal twee keer mogen laten stuiteren. Maar je moet rolstoelbasketballers niet in één zaal zetten met lopende spelers. Als die zo’n rolstoel tegen hun been aankrijgen, dan heb je echt een probleem. Op welke manier dan ook: weer in beweging komen is zo waardevol, het levert zó veel plezier op.’ Carolien van Sprang heeft jarenlang gehockeyd, speelt nu golf en is bovendien vrijwilliger bij een G-voetbaltoernooi. Zij vindt vooral de emancipatie belangrijk en pleit voor normalisatie: ‘Sporten is nodig om te laten zien wie we zijn. Daarom is de combinatie met reguliere sporten heel belangrijk.’

Sportrolstoelen in de deeltaxi

Als je eenmaal weet welke sport bij je past, doemen er vervolgens fysieke drempels op. Zoals afstanden en vervoer. Henk: ‘Bij sporten die je alleen met gespecialiseerde teams kunt uitoefenen moet je bovenregionaal denken. Want je hebt massa nodig om een wedstrijd te kunnen spelen, en die is er niet in een kleine straal. De overheid wil vanwege de kosten en de participatiemaatschappij graag dat we met het openbaar vervoer en diensten als deeltaxi naar onze sport gaan. Maar die chauffeurs zien ons al aankomen met onze extra grote sportrolstoelen, plus onze reguliere rolstoelen. Er is al jaren veel gekort op de budgetten. Sinds 2000 zie je een terugloop in het aantal sporters met een handicap. Sporten is één van de eerste dingen die mensen schrappen bij geldproblemen.’ Milton brengt een aanpalend probleem te berde: ‘De druk op vrijwilligers wordt steeds groter. Ze moeten steeds meer mantelzorgen en houden daardoor minder tijd over om sporters te begeleiden.’

Als de sporters het voor het zeggen hadden

De gedeputeerde nodigt zijn gesprekspartners uit van stoel te wisselen. Dat levert een veelheid aan aanbevelingen op. In een notendop:

  • Begin bij het begin: zorg dat instellingen die met gehandicapten werken het aanbod kennen. Denk aan revalidatiecentra, fysiotherapeuten, huisartsen.
  • Draag als overheid een heldere visie uit waarin gehandicaptensport meer status krijgt en de sporter meer perspectief. Dat helpt om vrijwilligers te stimuleren en accommodaties te laten meewerken aan faciliteiten.
  • Hevel het verstrekken van sportvoorzieningen over van de Wmo naar de afdeling sport.
  • Maak het vervoer betaalbaar; veel mensen met een beperking hebben een laag inkomen.
  • Zorg dat bestuurders van reguliere verenigingen aangepast sporten beter in het vizier krijgen.
  • Promoot aangepaste sporten zoals Showdown onder valide sporters, ofwel stimuleer de normalisatie en integratie ook andersom.
  • Maak investeringen in aanpassingen (accommodatie, materiaal) door verenigingen mogelijk.
  • Zorg dat voorzieningen als sportrolstoelen vanuit overheidswege niet in eigendom maar in bruikleen gegeven worden aan sporters.
  • Regel een depot voor dit soort voorzieningen, om hergebruik te stimuleren.

Provinciale ambities

Als Henri Swinkels vervolgens het eerste exemplaar van het Zet Trendboek Toegankelijkheid 2016 in ontvangst mag nemen van Zet directeur Ginette Veensma, is hij vereerd. ‘Maar dat niet alleen. Ik ben diep onder de indruk van het doorzettingsvermogen van sporters met een beperking, ze moeten veel overwinnen. Ik zie het als een opdracht om de drempels zo veel mogelijk weg te nemen. Voor het vervoersprobleem heb ik helaas niet direct de oplossing. Maar het heeft wel prioriteit in het provinciale beleid. Zo ook de vraag hoe ver we kunnen gaan in ons beroep op vrijwilligers. Hoe creëren we een achtervang? Als gevolg van de decentralisaties zijn de voorzieningen die gemeenten vanuit de Wmo verstrekken, niet meer overal gelijk. Dat kan betekenen dat je in de ene gemeente bijvoorbeeld wél een sportrolstoel vergoed krijgt, en in de andere gemeente niet. Dat is ongewenst en het heeft wat mij betreft prioriteit om dat samen te organiseren.  Het idee van een depot voor voorzieningen is vast niet helemaal nieuw, maar zeer de moeite waard om verder uit te zoeken.’

En de door Sportservice aangekondigde sportloketten vormen een cruciaal netwerk in de provincie. Zij gaan ervoor zorgen dat iedereen kan ontdekken welke sport hij wil doen. Ze brengen vraag en aanbod dichter bij elkaar en stimuleren de samenwerking tussen lokale en regionale partijen.

Aan het einde van zijn betoog neemt Swinkels even de tijd om de provinciale ambities zorgvuldig te formuleren: ‘Ik leg de lat hoog. Over drie jaar moeten er vijftigduizend extra gehandicapte sporters zijn in Noord-Brabant. Laten we daar met elkaar de schouders onder zetten. Dan mogen we trots zijn. Maar vooral: dan maken we heel veel mensen gelukkig.’

Tijdens het middagdeel konden deelnemers kiezen uit acht verschillende workshops, met een sportief of interactief karakter.
Ga naar de workshops.