De relatie tussen overheid en burger is de laatste jaren sterk aan verandering onderhevig. Waar inwoners voorheen vooral op initiatief van de overheid werden gevraagd om mee te denken – met door de overheid aangedragen onderwerpen – komt het initiatief tegenwoordig steeds vaker vanuit de inwoners. Door deze ontwikkeling hebben overheden, naast hun klassieke rollen als de presterende- en rechtmatige overheid, er nieuwe rollen bijgekregen: die van de netwerkende en responsieve overheid.

Om in kaart te brengen hoe Brabantse lokale overheden invulling geven aan hun rol als responsieve overheid heeft Zet aan de hand van 32 Brabantse gemeenten een inventarisatie gemaakt van de ambities op het gebied van overheidsparticipatie én welke instrumenten of regelingen de gemeenten op dit moment in de praktijk hanteren voor het ondersteunen en stimuleren van bewonersinitiatieven[1]. De onderzochte gemeenten zijn de B5[2], M7[3] en een sample van in totaal twintig kleinere gemeenten[4]. Uit de resultaten blijkt dat zo goed als alle gemeenten in hun coalitieakkoorden hebben opgenomen dat ze ruimte willen bieden aan bewonersinitiatieven en deze waar nodig faciliteren, maar dat lang niet alle gemeenten hier ook daadwerkelijk een concreet instrumentarium voor hebben. Tevens lijkt de omvang van de gemeente van invloed te zijn op het aantal instrumenten dat een gemeente telt: naargelang de gemeenten kleiner worden, neemt ook het aantal instrumenten af.

Verder blijkt dat er tussen gemeenten onderling ook verschillen bestaan tussen de vorm van ondersteuning en de wijze van beoordeling van initiatieven. Bij veruit de meeste gemeenten bestaat de ondersteuning vooral uit financiële middelen, waarbij opgemerkt dient te worden dat dit voornamelijk kleine leefbaarheidssubsidies betreft en slechts een paar gemeenten een initiatievenfonds hebben. Bij andere gemeenten ligt de nadruk juist op het verschaffen van advies en het beschikbaar stellen van het gemeentelijk netwerk. Ook was er een gemeente die als eis stelde dat de initiatiefnemers eerst ondersteuning in de markt gezocht moeten hebben voordat ze zich tot de gemeente kunnen wenden. De beslissing tot het al dan niet verlenen van ondersteuning wordt in de meeste gevallen door (gebieds)ambtenaren gemaakt en in slechts een enkel geval door bewoners zelf.

Een kleine greep uit de inventarisatie leert bijvoorbeeld dat de inwoners van de B5-gemeente Breda als een van de weinigen de zogenaamde buurtrechten hebben. Deze verordening verplicht de gemeente niet alleen om elk initiatief te onderzoeken op haalbaarheid, maar geeft inwoners ook het right to challenge en het right to bid. De M7-gemeente Meierijstad maakt daarentegen gebruik van buurtadviseurs: deze zijn het eerste aanspreekpunt van de gemeente voor zaken die er spelen in de wijk, buurt of dorp. De buurtadviseurs leggen verbindingen tussen de gemeente en inwoners, tussen inwoners onderling en, indien nodig, binnen de gemeentelijke organisaties. Ook andere gemeenten, bijvoorbeeld Tilburg, maken gebruik van buurtadviseurs, zij het wel onder een andere benaming. Concrete instrumenten die in Meierijstad gehanteerd worden om van ‘buiten’ naar ‘binnen’ te schakelen zijn de wijkschouw en de straatpraat. Bij een wijkschouw wordt op verzoek van de inwoners op locatie geïnventariseerd welke problemen er spelen; dit kan over allerlei onderwerpen gaan. Een straatpraat wordt daarentegen op initiatief van de gemeente georganiseerd om met inwoners het gesprek aan te gaan over leefbaarheid.

Een ander leuk voorbeeld van een M7-gemeente is de Udenaar de Toekomst. Dit is een inwonersplatform waar samen wordt gewerkt aan ideeën en initiatieven die bijdragen aan de toekomstvisie van Uden. Van de sample kleinere gemeenten heeft ook de gemeente Heusden onlangs een vrij uniek instrument ingezet: het initiatievenfestival. Bij dit festival konden initiatiefnemers met ideeën die de leefbaarheid in Heusden verbeteren hun idee pitchen voor de aanwezige bezoekers. Netwerken en verbindingen leggen staat tijdens het initiatievenfestival centraal.

Deze voorbeelden zijn slechts een greep uit de instrumenten die door gemeenten worden ingezet: in de dagelijkse praktijk komen nog velen andere voorbij!

Voor gemeenten die nog zoekende zijn óf hun rol als responsieve overheid nog verder willen ontwikkelen heeft Zet een leergang voor responsieve ambtenaren met lef ontwikkeld. Tijdens deze leergang gaan deelnemers gedurende vier trainingsdagen met steeds een interval van een maand, in groepen o.a. aan de slag met een echt vraagstuk van een bewonersinitiatief.

Meer weten over onze leergang?

Lance Kloos, stagiair bij Zet


[1] In de inventarisatie is gekeken naar publiekelijk gecommuniceerde instrumenten en regelingen waar initiatieven gebruik van kunnen maken.

[2] Tilburg, Den Bosch, Eindhoven, Breda en Helmond.

[3] Bergen op Zoom, Oosterhout, Oss, Roosendaal, Uden, Meierijstad en Waalwijk.

[4] Drimmelen, Zundert, Woensdrecht, Halderberge, Alphen-Chaam, Heusden, Oisterwijk, Gilze en Rijen, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Boekel, Cuijk, Landerd, Sint-Michielsgestel, Vught, Laarbeek, Waalre, Gemert-Bakel, Geldrop-Mierlo en Son en Breugel.

Graphic leren