4 meningen van experts over de aanpak van leegstand in steden.

Ryan van de Ven over transformatie

In de steden en dorpen van Nederland spelen momenteel meerdere grote opgaven tegelijk: het reduceren van de massale leegstand, het stimuleren van (regionale) economie en bedrijvigheid, het verminderen van het aantal werklozen, het verhogen van de arbeidsparticipatie, het versterken van balansposities en het verbeteren van de leefbaarheid.

“Juist bij laagconjunctuur kunnen we het tij van verval en leegstand in steden keren. Juist dan is de bereidheid om de economie weer op gang te helpen groot. Dat vergemakkelijkt de politieke en maatschappelijke acceptatie om ook onorthodoxe instrumenten in te zetten en knellende procedures te versoepelen.”

Transformatie van leegstand kan daarin een cruciale katalysator zijn, mits het beleidsmakers en stakeholders lukt om gezamenlijk een aantal vernieuwende troeven uit te spelen, die uiteindelijk het verschil maken bij de gecombineerde aanpak van leegstand én gebiedsversterking:

  1. Zorg voor een haarscherp inzicht in de demografische trends én in meest dominante, strategische opgaven van de wijk, stad of streek als vertrekpunt en kompas.
  2. Vernieuwend en ondernemend te werk gaan bij het identificeren van stakeholders die op langere termijn gebaat zijn bij de aanpak van de gebiedsopgaven. Om de transformatie op gang te brengen moeten initiatiefnemers actief hun netwerken benaderen binnen de publieke en private sector, zeker ook in de financiële en beleggerswereld. Wellicht kan crowdsourcing worden ingezet om partijen die buiten het directe blikveld van het gebied liggen te interesseren.
  3. Stakeholders bepalen samen de best haalbare combinatie van aanpak en functies om het gebied duurzaam vooruit te helpen. Naast de materiële en immateriële opbrengsten voor het gebied moeten deze baten ook per stakeholder worden gekwantificeerd. Zo groeit de wil tot participatie als fundament voor de transformatie.
  4. Onderzoekend ontwerpen en co-creatie maken inzichtelijk hoe de beoogde nieuwe functies ook daadwerkelijk, op een verantwoorde wijze kunnen worden gerealiseerd.
  5. Initiatiefnemers denken en werken vanuit een breed perspectief, maar starten op kleine schaal om op korte termijn successen te boeken en deze te gebruiken om verder op te schalen en de volledige potentie te ontsluiten.

Patrick Timmermans over laagconjunctuur

Laagconjunctuur is misschien ook wel de beste garantie tot behoud van cultureel erfgoed. Kijk naar ’s-Hertogenbosch waar tijdenlange recessie zorgde voor achterbuurten in de binnenstad en stinkend water in de Binnendieze. En nu varen duizenden toeristen dagelijks over dit feeërieke waterstelsel en vergapen zij zich aan de prachtig gerestaureerde gevel van de Uilenburg, ooit een wijk waar je nog niet dood gevonden wilde worden. Het had maar een haartje gescheeld of deze Unique Telling Points waren ten slachtoffer gevallen aan de moderniseringsdrift van de jaren ’60, toen Nederland weer booming was. Gelukkig is dat niet gebeurd en heeft Den Bosch nu een waardevol cultuurhistorisch ‘product’ dat veel geld in het laatje brengt.

Lotte van de Putte over kunstenaars

Door de aanwezigheid van kunstenaars in een gebied met leegstand, wordt een blind spot vaak weer levendig en bloeit op. Een beproefde methode de laatste decennia, vaak resulterend in een waardevermeerdering. CLIB heeft met ‘NOWHERE shops’ een concept ontwikkeld om leegstand in binnensteden in te vullen op een manier die de eigenaar ontzorgt, waarbij deze zich ook financieel niet in de vingers snijdt.

Bovendien een oplossing voor de ‘zwarte gaten’ in de winkelervaring voor het publiek. Een klassieke win-win situatie. Helaas blijft de bal nog vaak liggen bij de vastgoedeigenaar (onwelwillendheid of financiële restricties) en de gemeente (onvoldoende leegstandsbeleid). Werk aan de winkel!

Harrie Maas over gemeentelijk beleid

Om leegstand te kunnen aanpakken is een actief gemeentelijk beleid onontbeerlijk. Een gemeente zal niet zo maar elk gebied willen gaan ontwikkelen. Het is daarom belangrijk om te weten waar de gemeentelijke prioriteiten liggen. Een overzicht van de gemeentelijke ontwikkellocaties, bijvoorbeeld in een ‘pop-up scherm’ gepresenteerd, biedt tevens mogelijkheden om potentiële initiatiefnemers efficiënt te informeren. Aanbevelenswaardig is dat er voor elke ontwikkellocatie een contactpersoon wordt aangesteld. Iemand die initiatiefnemers, zowel particulieren als professionals, direct te woord kan staan en die zo nodig een afspraak inplant om de (on)mogelijkheden van een locatie in een persoonlijk gesprek toe te lichten.