Illustratie

Steffy Roos du Maine opende onlangs een boekwinkel waar je overdag boeken koopt en waar je ’s avonds met een glas wijn een schrijfcursus kunt volgen of een dichter kunt horen voorlezen. Een verrijking van de buurt, vindt de buurt. Mooi plan, vindt ook de gemeente.

Wie om zich heen kijkt, ziet talloze initiatieven van onderaf opbloeien. Hier is het een boekwinkel plus, daar een maandelijks repair café. Hier de dochter die kookt voor de woongroep waar haar moeder met zorg op maat is opgenomen en daar de peer by-gemeenschap waarbinnen je spullen aan elkaar uitleent. Deze initiatieven staan niet op zichzelf. Ze vormen te samen de lilliputters die onze ‘Gullivers’ vellen; de kruipolie die langzaam maar zeker onze klassieke samenleving laat imploderen. Een wereld van reuzen die is gestoeld op structuren en hiërarchieën, op top down-processen en op regels, vooral gestoeld op regels. Want regels geven ons de zekerheid de boel onder controle te hebben, zo willen wij graag geloven. Deze reuzen bepalen al heel lang onze samenleving. Banken beheren ons geld, ziekenhuizen onze gezondheid, overheden ons doen en laten. De leraar bepaalt wat er in zijn klas gebeurt en zo runt de huisarts haar spreekkamer. Want let wel, de reus is niet alleen de naamloze kolos. De reus is ook de gemeenteambtenaar die na ruim een jaar de boekwinkel van Steffy betreedt en constateert dat ze geen vergunning voor het schenken van alcohol heeft, dat er geen aparte toiletten zijn en dat een afscheiding tussen boeken en drinkers ontbreekt – en Steffy moet haar deuren sluiten, in opperste verbazing. De reus is ook het reglement dat stelt dat de leveranciers van de kokende dochter HCCP-gecertificeerd moeten zijn - en anders geen koken voor medebewoners.

De grootste vijand van de lilliputters is niet de reus zelf, maar de bureaucratie die hij voortbrengt: regels en wetten, veelal gemaakt in een eeuw waarin voorschrijven en handhaven vanzelfsprekend waren, creativiteit en initiëren uitzonderlijk en voorbehouden aan een kleine groep. Maar regels blijken ook in de 21e eeuw ons eerste en vanzelfsprekende toevluchtsoord. Wanneer Hogeschool InHolland problemen heeft, dan beregelt de overheid landelijke examens – en neemt zij voor een oplossing dus zelf de verantwoordelijkheid in plaats van deze te leggen waar ze hoort: bij de docenten. Wanneer de gemeente Tilburg anno 2015 inwoners wil stimuleren om geveltuintjes aan te leggen, dan formuleert ze 31 geboden en verboden die de aanleg ervan beregelen in plaats van uit te gaan van het gezonde verstand van haar inwoners.

Nu onderkennen regelgevers zelf ook, dat die regeldrift een participerend samen leven in de wegstaat. “Voor een deel doen we daar [de vele regels] al wat aan, door mensen zo goed mogelijk te helpen en mee te denken,” schreef voormalig gedeputeerde Van Haaften-Harkema eerder in het Brabants Dagblad. In haar sympathieke pleidooi voor ontregelen geeft ze evenwel een pijnlijk voorbeeld van hoe het juist niet moet: mensen helpen de bestaande regels goed te kunnen toepassen, in plaats van de regels zelf ter discussie te stellen.

Nu is de transitie van controle naar loslaten van regels geen sinecure. Maar niemand verwacht dit van de overheid. De samenleving wil heel simpel een flexibele overheid die in overleg met
betrokkenen wisselende rollen speelt op de verschillende domeinen. Nu eens controleren, dan weer faciliteren, zichzelf terugtrekken of samen werken. Burgers willen een veerkrachtige overheid, zodat zij zelf kunnen transformeren naar veerkrachtige burgers.