Blog van Margreeth Broens

Naar meer met minder

Op zoek naar bezuinigingen valt het oog van de gemeente ook op de buurt- en dorpshuizen. Veel gemeenten hebben de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in grote, nieuwe en goed uitgeruste multifunctionele centra. Daarom willen ze bezuinigingen vooralsnog halen bij al langer bestaande en fysiek afgeschreven buurt- en dorpshuizen. "Huiskamers voor buurten kunnen het gat opvullen dat daardoor dreigt te ontstaan", menen gemeenten. "Een misvatting", aldus Zet-adviseur Margreeth Broens.

Buurt- en dorpshuizen hebben een wezenlijk andere positie in buurten en wijken dan grote multifunctionele centra (mfc’s) en kleine huiskamers. Het zijn voorzieningen, met een mix aan sociale en culturele activiteiten, op een schaal die het mogelijk maakt dat iedereen uit de wijk elkaar ontmoet. Jong en oud, hoog en laag opgeleid, allochtoon en autochtoon. Dat is goed voor de leefbaarheid en de sociale cohesie. Mensen herkennen elkaar en voelen zich prettig in de buurt. Door op buurt- en dorpshuizen te bezuinigen dreigt die ontmoetingsfunctie te verdwijnen. De gevolgen daarvan laten zich eenvoudig raden.

Lucratief

Het is voor gemeenten lucratief om buurt- en dorpshuizen weg te bezuinigen. Vaak gaat het om verouderde gebouwen, op een plek waar de grondprijs een aardige duit in de gemeentekas zou kunnen brengen. Bovendien hebben gemeenten soms het idee dat een buurthuis overbodig is omdat de brede school of het ouderensteunpunt de functie over kan nemen. Op papier lijkt dat een aardig idee, maar de praktijk blijkt weerbarstig. Vaak is de school best bereid om de deuren te openen voor andere dan onderwijsactiviteiten, maar wel op voorwaarde van de school en niet overdag. Daarnaast zijn de gebouwen van de brede scholen veelal ingericht op onderwijs- en kinderopvangactiviteiten en niet op cursussen, activiteiten in verenigingsverband, vergaderingen of het houden van spreekuren voor buurt- of wijkbewoners. Ook ontbreekt vaak de gezellige ruimte die informele ontmoeting met een kopje thee of koffie stimuleert. En het is juist die ontmoeting tussen verschillende groepen waardoor de sociale samenhang en leefbaarheid in buurten en wijken verbetert.

Alternatieven

Maar welke alternatieven heeft een gemeente op zoek naar bezuinigingen? Broens pleit ervoor om in ieder geval zoveel mogelijk buurt- en dorpshuizen te behouden. Want daarin is Welzijn Nieuwe Stijl beter te realiseren dan in nieuwe, grote mfc’s die door hun grootschaligheid geen ontmoetingsfunctie voor een buurt of wijk kunnen hebben. Dergelijke mfc’s kunnen ook niet anders dan commerciële tarieven hanteren. Het probleem van de betaalbaarheid wordt dan levensgroot, met als gevolg dat de toegankelijkheid voor iedereen in gevaar komt. Bovendien draaien deze mfc’s vaak op professionals, zonder vrijwilligersbesturen en zonder burgerparticipatie. Welzijn Nieuwe Stijl gaat juist uit van de kracht en de inzet van bewoners. Want daarmee blijft een accommodatie voor iedereen betaalbaar en toekomstbestendig.

Indringers

Ook huiskamers in de buurt kunnen de ontmoetingsfunctie in de wijk niet invullen. Ze zijn weliswaar goedkoper, maar door de kleinschaligheid is er slechts één activiteit tegelijkertijd. Ontmoeting tussen verschillende groepen is dan niet mogelijk. Als die huiskamer dan ook nog behoort tot het complex van een woningcorporatie of een zorginstelling, en vooral gericht is op de eigen huurders of ouderen, dan is er nauwelijks nog sprake van een onderlinge ontmoetingsfunctie. Sterker nog: nieuwelingen worden soms als indringer beschouwd.

Kansen

Het is voor de gemeente belangrijk om samen met de lokale betrokkenen, duidelijk haar beleid te bepalen en na te gaan welke kansen er zijn. Kansen om aan de ene kant bestaande buurtcentra te verbeteren en aan de andere kant om er deels afscheid van te nemen of om ze samen te voegen. Maar pas nadat een goede kwalitatieve analyse gemaakt is van bestaande buurt- en wijkcentra. Zo’n analyse kan ook een blinde vlek zichtbaar maken. Als de gemeente daarmee aan de slag gaat, betekent dat nog niet dat er geen bezuiniging kan worden ingeboekt. Door het invullen van zo’n blinde vlek kan de gemeente kostbaar sociaal kapitaal behouden. Kijkend naar de toekomst is dat iets dat zeker meetelt.

Imago oppoetsen

Een goede publiciteitscampagne kan buurt- en dorpshuizen op een positieve manier op de kaart zetten. En dat is hard nodig, want het imago kan wel een opfrisbeurt gebruiken. Vaak wordt de accommodatie in een adem genoemd met biljarters en kaarters en die maken er ook zichtbaar gebruik van. Maar daarnaast is er een an-dere realiteit. Want ook muziek-, dans- en toneelverenigingen zijn vaak geziene gasten van buurt- en dorpshuizen. Maar de activiteitenmix kan zeker beter.

Toekomstbestendig

Tot slot heeft Margreeth Broens nog een welgemeend advies aan gemeenten: zorg ervoor dat niet in een klap de gebouwen én de structuren (met vrijwilligersbesturen) worden opgedoekt. Stel samen met de vrijwilligersbesturen een plan op met een goed beleidsperspectief en maak heldere en toekomstbestendige afspraken. Daarmee kunnen de vrijwilligersbesturen op zoek gaan naar nieuwe bestuurders. Professionals, bijvoorbeeld van het vrijwilligerssteunpunt, kunnen daarbij op afroep behulpzaam zijn. Het (vernieuwde) bestuur kan vervolgens samen gaan werken met maatschappelijke organisaties om tot nieuwe activiteiten voor nieuwe groepen te komen.