Blog van Frank Kemper over vitaal en zelfredzaam in China.

Een paar weken naar de andere kant van de wereld. Je neemt je voor om je werk even te laten rusten. Maar je kijkt natuurlijk wel met de ogen van een Zet-adviseur. Wat valt dan op? Hoe zelfredzaam zijn de burgers, hoe leefbaarheid is de woonomgeving. En hoe is het gesteld met de toegankelijkheid en bereikbaarheid?

Vitaal en zelfredzaam in China


Het land van Mao, waar je (op papier althans) zeker was van eten en werk bestaat niet meer. Zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid zouden slogans kunnen zijn van het nieuwe China. Dankzij de éénkindpolitiek vergrijst de bevolking en dat is goed zichtbaar in het straatbeeld.
Vrouwen stoppen met werken als ze 55 zijn, mannen op hun 60ste.
Als je een goede baan had, is er dan ook een pensioen. Dat is niet altijd zo. We spraken met een jonge vrouw die voor haar vader een levenslange pensioenvoorziening heeft gekocht. Haar ouders wonen bij haar in huis en zorgen voor haar enige kind, terwijl zij en haar man hun 45-urige werkweek maken (met twee weken vakantie per jaar). De senioren werken aan hun conditie, in groepsverband. In parken en plantsoen iedere ochtend en avond: tai chi is populair, maar ook stijldansen en merkwaardige praktijken als achteruit lopen (schijnt ook ergens goed voor te zijn). Mannen doen met ontbloot bovenlijf aan fitness en krachttrainingen in het park. Vitale ouderen met voldoende geld kopen hun Viagra en hun rolstoel zelf bij de apotheek.

Maar wat als de zelfstandig wonen niet meer gaat, en je door dementie, verstandelijke beperkingen of psychiatrische aandoeningen de regie kwijt raakt? Geen idee waar de mensen dan verblijven. Ik heb ze op straat niet gezien. Alleen de blinden kom je tegen. Om de een of andere reden hebben die zich gespecialiseerd in de kunst van het masseren.

Leefbare wijken en dorpen


Het leven speelt zich af op straat. Op de plek waar iedere ochtend een mevrouw brood bakt en verkoopt staat iedere middag een kraam met schoenen. Tegen de avond verandert dezelfde stoep in een terras waar het vlees op de barbecue ligt en de klanten zich hun koude Tsjingtao bier (2,5%) laten smaken. Op straat wordt van vroeg tot laat geleefd. Mensen zitten te roken, Mahjong te spelen of doen er een dutje.
In miljoenensteden als Xi’an, Sjanghai of Beijing wonen de meeste mensen in flats. Maar dat gevoel krijg je niet als je er over straat loopt. In een Nederlandse nieuwbouwwijk zijn de flats anoniem. Op ooghoogte zie je niemand, alleen muren en garages. Het voelt unheimisch. In China zie je ramen en deuren, de was wappert er en het groen komt je tegemoet. Ik heb me er geen moment onveilig gevoeld. Zou het nou zo moeilijk zijn om leefbare wijken te bouwen?

Participatie en toegankelijkheid


De grote steden lijken goed te doen met de rolstoel. En overal zijn markeringen voor mensen met een visuele beperking. De Olympische spelen in Beijing en de wereldtentoonstelling van Sjanghai hebben daar ongetwijfeld bij geholpen. De prachtige blauwe Tempel van de Hemel heeft een hellingbaan waar je met de rolstoel op zou kunnen, als iemand de  lange steile helling aandurft.
Maar of daar dan ook gebruik van wordt maakt? Blinden, scootmobielen of rollators: ik heb ze niet gezien. Maar ik heb er geen studie naar gedaan. Wat ik weet heb ik van zien en van horen zeggen. Belangengroepen schijnen niet veel invloed te hebben. Ondanks een belangrijk boegbeeld als de zoon van de vroegere partijleider Deng Xiao Ping, die tijdens de culturele revolutie uit het raam gegooid werd en daar een dwarslaesie aan overhield. Ook een klein probleempje wat de toegankelijkheid betreft en dat dan niet alleen voor mensen met beperkingen: het land is vergeven van de hekken.

Mobiliteit


Verkeer, openbaar vervoer, infrastructurele werken worden voortvarend aangepakt. De overheid heeft daarin het voortouw. Pittoreske volksbuurtjes (hutongs) maken plaats voor hoogbouw, kantoorpanden en brede verkeersaders. Bewoners wordt niets gevraagd, ze krijgen een verhuispremie en kunnen gaan. Het hele land staat vol met hijskranen, overal wordt gebouwd. Hele steden worden tegelijk uit de grond gestampt. Vanuit het raam van de hoge snelheidslijn zie je de identieke flats – 30, 35 verdiepingen – blok na blok in de steigers staan. Gloednieuwe wegen waar nog niets op rijdt. De trein stopt al op stations waar nog niemand uitstapt. Smog en fijnstof zijn in de grote steden een probleem. Maar ook dat wordt van hogerhand aangepakt. Met veel groenvoorzieningen en een uitstekend openbaar vervoer. De metro en de taxi’s zijn snel en voordelig, er zijn dan ook relatief weinig privéauto’s. Wel veel driewielers, scooters, fietsen en die zijn allemaal elektrisch. Gewone fietsen – waar ik China toch mee associeerde – verdwijnen in rap tempo uit het straatbeeld. Alleen in armere steden als Zhengzhou zie je ze nog. Burgerinitiatieven en interactieve beleidsvorming zijn voor zover ik heb kunnen zien geen Chinees dingetje. Alle zegen komt van boven.

Terug in Nederland valt op hoe rustig alles is, hoeveel ruimte er is en hoe laag onze hoogbouw. En ook wel lekker dat je niet meer gebarentaal hoeft te praten. Wat het Chinees betreft zijn we toch zeer laag geletterd.