Wees niet bang voor het witte vel

Onlangs zat ik bij een presentatie van een grootschalige gebiedsontwikkeling. Er werden al hele plannen gepresenteerd met tekeningen, fotoimpressies en een mooie folder over het toekomstige gebied. In die folder mooie woorden over het betrekken van de burger, maar uit het gesprek bleek dat deze nog niet echt aan boord was. Toen mijn mening werd gevraagd als participatie-expert vroeg ik dan ook naar de ruimte voor inbreng van de bewoners, omdat de plannen al best wel af leken. De eindverantwoordelijke antwoordde: ‘Maar ik moet natuurlijk wel eerst mijn huiswerk doen, ik kan niet met een blanco vel aan komen!’

Al bijna twintig jaar werk ik als social designer met bewoners aan vraagstukken van leefbaarheid en gebiedsontwikkeling. Daarbij start ik vrijwel altijd met een blanco vel. Ik ga de wijk in, spreek met bewoners, kijk wat er leeft en speelt en haal de wensen en behoeften op.

Ook de burger moet vaak wennen aan deze aanpak: ‘Ja, maar dat wordt toch door de gemeente bepaald? Hoezo moeten wij meedenken over wat wij willen? Er wordt toch niet naar ons geluisterd, ze trekken toch hun eigen plan’. Daarom is het zo belangrijk dat er binnen de gemeente het commitment is om inbreng van de burgers daadwerkelijk mee te nemen in de plannen. Zodat ze zich gehoord en erkend voelen. Als je dat vanaf het begin oprecht, integer en zorgvuldig doet, dan voorkom je dat boze burgers de hakken in het zand zetten en bezwaarschriften gaan indienen.

Het project duurt in aanloop wellicht langer, omdat het tijd kost een relatie op te bouwen in de wijk en het vertrouwen te winnen van de bewoners. Maar als ze merken dat er echt naar hen geluisterd wordt en er echt wat met hun ideeën wordt gedaan, voelen ze zich serieus genomen. Doordat ze zich herkennen in de plannen die ontwikkeld worden is er niet of minder noodzaak tot verzet en ontstaat zelfs eigenaarschap. Een voorwaarde om bewoners mee te krijgen in verandering.

Voor veel ambtenaren is de enige ervaring met de burger de inspraakavond. Het wederzijdse beeld daarvan is meestal niet positief. Participatie wordt vaak verward met inspraak: ‘dat doen wel al, en dat werkt toch niet’. Het betrekken van de burger wordt gezien als noodzakelijk kwaad omdat er nog geen positieve ervaringen zijn opgebouwd. Men weet gewoon niet hoe het ook anders kan en wél kan werken.

Ook bij de bewoners is er angst voor participatie en het witte vel. Mijn taak als Social Designer is dan ook te inspireren, vragen te stellen, helpen verbeelden en zo samen te komen tot nieuwe ideeën en concepten die gedragen worden door de mensen die er wonen. Het lijkt zo simpel, maar het begint echt gewoon met luisteren en oprechte interesse. En ja, dat kost tijd, maar je kan er veel mee besparen door het voorkomen van bezwaarschriften en versnellen van procedures.

Wees niet bang voor het witte vel! Het enige huiswerk dat je moet doen is het bepalen van het kader.

Cindy van den Bremen
programmamanager Social Design bij Zet