De laatste jaren is de aandacht voor toegankelijkheid toegenomen. Door de ratificatie van het VN-verdrag door Nederland in 2016 en hiermee samenhangende Lokale Inclusie Agenda werken gemeenten en gemeenschappen stapsgewijs aan het verbeteren van de positie van mensen met een beperking in de maatschappij (zie kader). Velen denken bij toegankelijkheid aan de fysieke toegankelijkheid van (openbare) gebouwen en/of het openbaar vervoer. Voor deze vorm van toegankelijkheid is er ook veel aandacht en worden ook acties ondernomen om dit te verbeteren. Meer aandacht en bewustwording is nodig voor de andere vormen van toegankelijkheid om Nederland écht toegankelijk te kunnen maken.

Drie vormen van toegankelijkheid

Toegankelijkheid gaat over de mate waarin men toegang kan krijgen tot hetgeen deze persoon nodig heeft om volwaardig mee te kunnen doen. Dat kan zijn de toegang tot een fysieke locatie, het vinden van informatie op de website van de gemeente maar ook de bereidheid om toegang te verlenen tot een dienst of locatie.
Toegankelijkheid bestaat dan ook uit drie onderdelen: 

  1. fysieke toegankelijkheid
  2. sociale toegankelijkheid
  3. informatietoegankelijkheid

Bij het begrip toegankelijkheid denkt men vaak eerst aan de fysieke toegankelijkheid, dit spreekt immers het meest tot de verbeelding. We hebben het dan over de toegankelijkheid van de openbare ruimte (zoals straten en pleinen), maar ook gebouwen (zoals een museum en het gemeentehuis) en voorzieningen, zoals een speeltuin of een buurthuis.

De laatste jaren is er, mede door de ratificatie van het VN-verdrag, gelukkig meer aandacht gekomen voor toegankelijkheid in brede zin (zie kader). De aandacht groeit voor het toegankelijk maken van informatie en uitingen (informatietoegankelijkheid). Een toegankelijke brief van een woningcorporatie bijvoorbeeld die ook gebruikmaakt van illustraties en tekst op een zogenoemd B1 taalniveau. Ook vermelden websites steeds vaker of een bepaalde locatie of een evenement toegankelijk is. Maar, essentieel is ook: hoe word je behandeld en aangesproken? Heb je het gevoel dat je serieus genomen wordt? Kun je écht meedoen? Impliciet hebben we het over waarden als gelijkwaardigheid, autonomie en respect, maar het gaat ook over gastvrijheid en leefbaarheid. Toegankelijkheid gaat buiten het fysieke ook over erover dat mensen met een beperking zich welkom voelen én dat zij weten dat ze welkom zijn.

VN-verdrag Handicap

Op 14 juli 2016 is voor Nederland het VN-verdrag over de rechten van personen met een handicap (hierna: ‘het VN-verdrag’) in werking getreden. Dit verdrag is gesloten omdat mensen over de hele wereld nog altijd worden geconfronteerd met obstakels in de samenleving, waardoor zij niet of onvoldoende kunnen participeren in de maatschappij. Het VN-verdrag bevestigt de fundamentele rechten van mensen met een beperking. In het verdrag wordt benoemd wat er op diverse levensdomeinen allemaal moet gebeuren, zodat mensen met een beperking zo autonoom mogelijk kunnen leven. Het uiteindelijke doel van het verdrag is dat mensen met een beperking samen met anderen gelijkwaardig kunnen participeren in de samenleving. Een inclusieve samenleving sluit niemand buiten. Iedereen kan meedoen.

Bij sociale toegankelijkheid kan ook gedacht worden aan het afstemmen van programmering van sportaanbieders, musea en activiteiten in buurthuizen op mensen met een beperking en het zorgen dat onderwijs ook gevolgd kan worden door bijvoorbeeld chronisch zieke kinderen. Op alle onderdelen binnen een organisatie moet worden gedacht aan de brede doelgroep die gebruik maakt van faciliteiten, het is cruciaal om uit te stralen dat iedereen welkom is en dat je er alles aan doet om iedereen een zo prettig mogelijke ervaring te bieden.

Werken aan sociale toegankelijkheid

(Sociale) toegankelijkheid begint bij het betrekken van diverse mensen met een beperking bij het opstellen van beleid maar ook meer concreet bij het bepalen van inclusief aanbod van je sportvereniging, theater of cultuurvoorziening. Vraag aan (potentiële) gebruikers wat ze een prettige bejegening vinden en met welk aanbod ze vaker aan activiteiten willen meedoen. Meer kennis over diverse beperkingen en bewustzijn over de implicaties van het leven met beperkingen dragen bij aan een verbeterde sociale toegankelijkheid.

Zet werkt onder andere samen met de gemeente Rotterdam aan het bevorderen van deze sociale toegankelijkheid, dit doet Zet door het aanbieden van (online) ervaringsoefeningen waarin deelnemers meer bewust zijn van grote diversiteit aan beperkingen die men kan ervaren en implicaties die dit met zich mee kan brengen. Tevens heeft Zet samen met de gemeente Rotterdam een tweetal factsheets/flyers ontwikkeld die bijdragen aan de toegankelijkheid in brede zin, zie https://www.rotterdam.nl/wonen-leven/rotterdam-onbeperkt/ 

Zet wil inzetten op een integrale aanpak om aan toegankelijkheid te werken door de aandacht te verdelen over deze drie vormen van toegankelijkheid. Een toegankelijk gebouw is een gebouw dat o.a. je eenvoudig kan bereiken, transparant is over de mate van fysieke toegankelijkheid en een veilige en prettige sfeer uitademt.

Neem contact op met Jim Retra