Blog van Frank Kemper

Quatorze Juillet: in Frankrijk is het een nationale feestdag. Maar ook in Nederland kan de vlag uit. Vanaf 14 juli 2016 is het VN-verdrag voor de Rechten van mensen met een beperking officieel ook bij ons van kracht. We lopen daarmee niet voorop. Nederland is de 165e van de 187 landen die het verdrag ondertekenden. We deden er bijna 10 jaar over om het verdrag ook daadwerkelijk te ratificeren.

En nu? Werk aan de winkel. Allereerst voor de Rijksoverheid, dat is immers de partij die het verdrag ondertekende. Die moet wet- en regelgeving in overeenstemming brengen met de bepalingen van het verdrag. Dat is nog een flinke klus. In de nieuwe Omgevingswet is bijvoorbeeld niets opgenomen over de toegankelijkheid voor mensen met een beperking, terwijl de toch al beperkte toegankelijkheidseisen van het Bouwbesluit 2012 komen te vervallen. De Tweede Kamer nam onlangs nog de motie Otwin van Dijk aan, die expliciet vraagt om waarborgen voor de toegankelijkheid van nieuwbouw. Dat wordt nog een puzzel. De Provincie is ook aan zet, al was het maar vanuit haar verantwoordelijkheid voor het regionale vervoer. En de lokale overheid? Een jaar geleden gaf de staatssecretaris al aan dat de uitvoering, het proces van vernieuwing en cultuurverandering vooral lokaal moet plaatsvinden. De bal ligt dus met name bij de burgers en de gemeente. We hebben vijf tips voor de gemeente.

1. Kijk met een integrale blik


Gehandicaptenbeleid is van oudsher een thema voor het sociale domein. Maar een inclusieve gemeente vraagt om een actieve rol veel meer beleidsmakers. Het gaat om wonen, om de gebouwde omgeving (toegankelijkheid), om werk en inkomen (dagbesteding, participatiewet, arbeidsmarktbeleid), om leren (inclusief onderwijs), om mobiliteit en bereikbaarheid van voorzieningen. Het gaat om sport, cultuur, recreatie (subsidiebeleid, wijk en buurtcentra). Om communicatie en beeldvorming. En maatregelen op het ene terrein hebben gevolgen voor het andere. Als bijvoorbeeld de gemeente Amsterdam besluit om te bezuinigen op de 'rugzakjes' in het reguliere basisonderwijs, dan leidt dat tot een  toestroom naar het speciaal onderwijs. Dat is geen inclusief beleid, maar segregatie. 

2. Inclusief beleid, maak het samen

Een inclusieve samenleving maak je niet met een masterplan van maatregelen en verordeningen. Het is niet iets wat je uitrolt, maar iets wat je aan het rollen moet brengen. Een groeiproces, waar veel partijen met uiteenlopende activiteiten en initiatieven aan bijdragen. Zoek die partijen op en maak samen plannen. Waar zit de energie, wie voelt zich geroepen? De inzet van aanbieders van zorg en welzijn ligt voor de hand. Maar denk ook aan ondernemers en sociale firma's, belangengroepen en bewonersorganisaties. Vaak mensen die op persoonlijke gronden affiniteit hebben met het thema

3. Kies je rol

Natuurlijk controleert de gemeente of bijvoorbeeld nieuwbouwplan rekening is gehouden met toegankelijkheidseisen. Maar handhaving is niet de grootste opgave. Het is aan het College voor de rechten van de mens om toe te zien op de naleving van het verdrag. De gemeente is wel verantwoordelijk voor het proces. Dat betekent regisseren, stimuleren, faciliteren. Regie voer je terughoudend, volg initiatieven uit de samenleving en maak ze mogelijk. Die initiatieven ontlenen hun kracht vaak aan de betrokkenheid van individuen en organisaties bij een specifiek project of belang. Eigenaarschap en partnerschap zijn dan de toverwoorden. Maar de gemeente is geen partner als alle anderen. Het is de enige partij die het gezag, de taak en de middelen heeft om het algemeen belang te waarborgen. Ze moet ruimte bieden aan initiatieven uit de samenleving, maar ook de afweging maken tussen particulier en algemeen belang. En zelf activiteiten initiëren als de maatschappelijke partners dat niet doen.

4. Gebruik de ervaring van mensen met een beperking

Maak plannen en evalueer samen met de doelgroep. En bedenk dat het niet alleen gaat om mensen met een fysieke beperking, de rolstoelers waar iedereen al snel aan denkt. Het gaat ook om mensen met een zintuiglijke, verstandelijke of psychische beperking. Om chronisch zieken en laaggeletterden. Het kost wellicht inspanning om de doelgroep bij het beleid te betrekken, maar er zijn principiële en praktische redenen om het wel te doen. Principieel: als je inclusief beleid voorstaat, sluit je niemand uit. En praktisch: het levert relevante informatie op, waar je je beleid op kunt baseren. 
Beleidsmedewerkers denken in abstracte brede kaders, maatschappelijke partijen praten vanuit hun eigen werkterrein en taakstelling. Maar ervaringsdeskundigen praten vanuit de eigen leefsituatie, waar alles samenkomt en concreet wordt. Dat brengt een andere dynamiek. Dan blijken oplossingen bijvoorbeeld meer te liggen in een fatsoenlijke bejegening dan in dure bouwkundige ingrepen.

5. Practise wat you preach

Geef zelf het goede voorbeeld, laat zien dat je gelooft in een inclusieve samenleving. De gemeente is ook een dienstverlenende instelling en een werkgever. Zorg dat je communicatie begrijpelijk en bereikbaar is voor alle burgers. Zorg dat baliepersoneel alert is op eventuele beperkingen en weet hoe daarmee om te gaan. Breng in je PR mensen met een beperking en mooie voorbeelden van inclusief beleid voor het voetlicht.  En bied werkplekken aan mensen met een beperking. Dat is lastig bij een inkrimpend personeels-bestand, maar dat geldt voor veel bedrijven ook. Kijk wat er wel mogelijk is, creëer beschutte werkplekken, biedt stagemogelijkheden. En betrek diensten bij voorkeur van bedrijven die werken met personeel met een beperking.

Le jour de gloire est arrivé. De vlag kan uit, maar ook genoeg te doen dus.