Opa en oma met kleinkind

“ZET IS DE VERBINDENDE SCHAKEL TUSSEN DE NETWERKEN”

Zet verleent in opdracht van de provincie Noord-Brabant structurele ondersteuning  aan diverse netwerken in het sociale domein, zoals de Brabantse Raad voor Informele Zorg (BRIZ). Joëlle Tacke-Groten is al ruim tien jaar voorzitter van de BRIZ en heeft de oprichting van Zet actief meegemaakt. “Zet is voor mij de verbindende schakel tussen de netwerken. Jullie ondersteunen ons niet alleen, maar zorgen ook voor het koppelen van doelstellingen en activiteiten, zonder zaken over te nemen. Ieders eigenheid en autonomie is gewaarborgd.”

Zelfredzaamheid van de burger

Wat de netwerken volgens haar gemeen hebben, is dat ze alle werken aan de zelfredzaamheid van de burger. “Onze kracht is dat we in het veld actief zijn, op lokaal niveau, en daar de juiste ingangen vinden. Daarmee leveren wij een belangrijke, laagdrempelige bijdrage aan een vitaal, leefbaar en inclusief Brabant. Zo ontwikkelen wij als BRIZ oplossingen om overbelasting bij mantelzorgers tegen te gaan. Deze groep speelt een cruciale rol in het streven om burgers zo lang mogelijk zelfstandig thuis te laten wonen. Als we daar goed mee omgaan dient dat ook een economisch belang. Want wie naast zijn zorgtaak kan blijven werken, komt niet in een uitzichtloze uitkeringssituatie terecht.” De activiteiten van de netwerken vullen elkaar vaak prachtig aan, vindt Joëlle. “Denk aan gemeenschapshuizen die respijtzorg bieden of mensen helpen bij arbeidsreintegratie. In feite vormen we samen de bron van waaruit Brabant kan werken aan zijn sociale veerkracht.”

De zorg langer thuis

De club is volgens haar nog niet compleet. “Ik denk bijvoorbeeld aan een netwerk als Veilig Thuis, zodat we ook meer aandacht kunnen vragen voor ontspoorde zorg als schrijnend gevolg van overbelasting bij de mantelzorger. Ook zou ik het zorgonderwijs er graag nóg meer bij betrekken. De samenwerking tussen zorgprofessional en mantelzorger is van wezenlijk belang om de zorg thuis langer en met plezier vol te kunnen houden. Tot slot zie ik de ouderenbonden en Vereniging Kleine Kernen als belangrijke partners voor het oplossen van sociaal maatschappelijke vraagstukken op lokaal niveau.”