Buurthuis nieuwe stijl

Buurthuis de Pracht

In het buurthuis nieuwe stijl krijgt actief burgerschap concreet gestalte, met inzet van vrijwilligers die zeggenschap en verantwoordelijkheid krijgen en met een op afroep beschikbare, faciliterende professional. Dat is van belang voor de toevallige ontmoeting en de bevordering van leefbaarheid en sociale samenhang.

Buurthuizen hebben het zwaar. Ze vormen een gemakkelijke prooi voor bezuinigingen. In Tilburg besloot de politiek er vijf te sluiten; in Den Haag gingen er 22 dicht. De politiek verantwoordelijken zijn opmerkelijk eensgezind: ‘We sluiten buurthuizen, want het gaat niet om de stenen maar om de activiteiten.’
Aan de hand van problemen uit de Brabantse praktijk laten we in dit artikel zien wat er zoal speelt. We gaan in op problemen waar buurthuizen mee kampen, geven dilemma’s weer en dragen oplossingen aan. Tot slot gaan we in op het buurthuis nieuwe stijl en de bijdrage van opbouwwerkers aan actief burgerschap voor het buurthuis.

Buurthuizen worstelen met een aantal problemen, zo blijkt uit ons onderzoek en onze praktijkervaring in Brabant:
• Slecht imago door eenzijdig gebruik;
• Matige conditie van het gebouw;
• Willekeur van lokaal beleid;
• Diversiteit in uitvoering: professionals en vrijwilligersbesturen;
• Verouderde bestuursstructuur en de invulling van taken.

Slecht imago

Wie aan een buurthuis denkt, ziet een biljart met voornamelijk oude mannen en kaartende mensen voor zich. Wie de moeite neemt naar binnen te gaan, ziet dat er wel degelijk ook andere activiteiten plaatsvinden. Maar het moet worden toegegeven: veel buurthuizen zijn niet uitnodigend. Opkrikken van het imago roept de vraag op: voor wie? Is het buurthuis bedoeld voor sociale stijging van kwetsbare burgers die op eigen kracht niet verder komen? Of vervult het buurthuis een functie voor iedereen in de buurt doordat het een diversiteit aan activiteiten: sociale en culturele activiteiten
, en vormen van dienstverlening biedt? In het laatste geval ontstaat naast geplande ontmoeting ook toevallige ontmoeting. Daarmee levert het buurthuis een bijdrage aan het je prettig en veilig voelen in je woonomgeving. Buurtbewoners komen er met elkaar in contact en zijn waar nodig bereid elkaar een handje te helpen. Actief burgerschap krijgt een kans.

Matige conditie

Buurthuizen verkeren, vooral in de steden, vaak in een matige staat van onderhoud. Ze zijn beleidsinhoudelijk weinig in beeld en op onderhoud wordt gemakkelijk bezuinigd. Nieuwe multifunctionele accommodaties (mfa’s) met organisaties onder één dak zijn beleidsmatig populairder. Het buurthuis wordt soms in een mfa opgenomen, soms blijft het naast een mfa bestaan en moet dan met lede ogen toezien dat de groepen vertrekken naar de nieuwe mfa. Is sluiten van - zieltogende -buurthuizen de oplossing omdat mfa’s hen overbodig maken? Buurthuizen vervullen evenals mfa’s meer dan één functie. Een mfa in de stad is een grootschaliger maatschappelijke voorziening dan een buurthuis en kan om die reden geen bijdrage aan de leefbaarheid en sociale samenhang van het gebied leveren. Het aantal inwoners is zo groot dat mensen buiten de eigen activiteiten om niets voor elkaar betekenen. Ze komen elkaar nadien niet in hun eigen buurt tegen. De schaalgrootte van een mfa is bovendien ongeschikt om je als betrokken burger voor in te kunnen zetten. Professionals maken er de dienst uit en er worden commerciële tarieven gehanteerd.

Een buurthuis heeft de passende schaal om van betekenis te zijn voor leefbaarheid en sociale samenhang in de buurt. Dat levert betrokkenheid bij de buurt op, vrijwillige inzet voor het buurthuis, wat op zich al een bijdrage levert aan het sociaal kapitaal van de buurt. Een goed opgeknapt buurthuis is dus op meer fronten een beter alternatief dan een mfa.

Willekeur in beleid

Beleid op het terrein van buurthuizen is lokaal beleid en niet verplicht. Dit beleid is bovendien divers: op het vlak van maatschappelijk vastgoed, beheer, inhoudelijk (welzijns)beleid of op combinaties van deze drie sectoren. Als er moet worden bezuinigd, ligt het voor de hand dat op niet verplichte beleidsterreinen als buurthuizen te doen. Maar welke kansen laat een gemeente liggen door geen beleid voor buurthuizen te ontwikkelen?

Waarom zou een gemeente op dit moment beleid moeten willen ontwikkelen waaraan buurthuizen een bijdrage leveren?
• Segregatie tegengaan. Het sturen op ontmoeting tussen diverse groepen mensen betekent activiteiten gebundeld laten plaatsvinden op één plek, in het buurthuis.
• Bestrijden van eenzaamheid. Veel mensen, en niet alleen ouderen, voelen zich eenzaam. Laagdrempelige activiteiten in een buurthuis waar mensen zich welkom voelen, kunnen eenzaamheid verzachten en ontmoeting bevorderen. Met de overgang van delen van de AWBZ naar de Wmo wordt dit nog belangrijker.
• Slim bundelen van functies voor de instandhouding van de laatste maatschappelijke voorziening in het gebied: door schaalvergroting en daling van de bevolking trekken met de bewoners voorzieningen weg. In economisch onzekerder tijden biedt een buurthuis de kans om diensten in het gebied te behouden.

Professionals en vrijwilligersbesturen

Professionals en vrijwilligersbesturen
De wijze waarop buurthuizen functioneren verschilt nogal. Vrijwilligersbesturen leveren een bijdrage aan de leefbaarheid, dan wel zijn er alleen maar voor het beschikbaar stellen van ruimten. Professionals in dienst bij een vrijwilligersbestuur doen zich soms voor als manager van het bestuur, terwijl het gezag formeel bij het bestuur ligt. Allerlei varianten bestaan naast elkaar, ook binnen een gemeente. Moet gestreefd worden naar professionele beheerorganisaties omdat ze beter zijn dan vrijwilligersbesturen?

Het is niet bewezen in het Brabantse, noch elders in het land, dat beheer door professionals beter is dan dat door vrijwilligersbesturen. In deze tijd van actief betrokken burgerschap en een overheid op afstand past de variant van vrijwilligersbesturen. Belangrijk zijn een visie op de inhoud, het gebouw als ruimtelijke vertaling, en goede wederzijdse afspraken tussen vrijwilligersbestuur en lokale overheid over de rol van buurthuizen in het beleid. De opbrengst, inkomsten uit huur en baromzet, vloeit terug in het buurthuis om de activiteiten of het gebouw te verbeteren. Voor het louter uitvoeren van vrijwilligerswerk onder het regime van professionals, dus zonder de bijbehorende zeggenschap, zijn vrijwilligers niet te porren. Het gaat om verantwoordelijkheid nemen gecombineerd met zeggenschap.

Verouderde bestuursstructuur

Gebrek aan aandacht voor buurthuizen heeft geleid tot verouderde bestuursstructuren. Bestuursleden blijven vaak jarenlang zitten, bang als ze zijn dat met hun vertrek het buurthuis tot sluiting is gedoemd. Ze proberen hun buurthuis overeind te houden en zijn daarbij vaak erg intern gericht.
Als er voldoende binding met de buurt is, of duidelijk wordt gemaakt wat de betekenis van het buurthuis voor de buurt kan zijn, dienen zich zeker nieuwe bestuursleden aan. Zo niet, dan is het buurthuis kennelijk overbodig.
Een andere structuur en taakopvatting bieden soelaas:
• Een bestuur met een rooster van aftreden opdat nieuwe ideeën een kans krijgen en bestuursleden weten dat ze zich slechts voor een bepaalde tijd vastleggen;
• Een bestuursstructuur met werkgroepen. Het mes snijdt aan twee kanten. Het bestuur hoeft niet alle taken op zich te nemen en kan expertise vanuit de werkgroep benutten.
• Het bestuur moet de blik naar buiten keren: voor de verbinding met de buurt, de omringende publieke buitenruimte waar ook activiteiten kunnen plaatsvinden en nog belangrijker: om de wensen van de bewoners te inventariseren. Dat kan door samen te werken met de bewonersorganisatie(s); zich ontvankelijk op te stellen voor wensen van individuele bewoners; professionals te benaderen om hun kennis over (de) buurt(bewoners).

Bijdrage opbouwwerk

Tot slot gaan we in op de functie van opbouwwerk voor buurthuizen nieuwe stijl: vrijwillige inzet, met professionele inzet op afroep. Dat blijkt ook in het Brabantse goed te werken, en is het soms al jaren de praktijk: buurthuizen met een zich dienstbaar opstellende professional en veel actieve vrijwilligers. Vrijwilligers kunnen veel zelf. Het opleidingsniveau is de afgelopen veertig jaar sterk gestegen.

Wat kan de rol van opbouwwerkers zijn? Dat is afhankelijk van wat er aan expertise bij de vrijwilligers aanwezig is. De professional is faciliterend, op afroep, steeds op tijdelijke basis en dient als vangnet voor kwetsbare burgers en moeilijke groepen. We noemen een aantal voorbeelden van werkzaamheden waar vrijwilligers kwaliteiten van het opbouwwerk bij nodig kunnen hebben:


• Eenzaamheid signaleren en eenzamen van achter de voordeur naar het buurthuis halen;
• Analyse van lokaal beleid op raakvlakken voor buurthuizen en maatschappelijke thema’s ombouwen tot nieuwe activiteiten;
• Analyse van de maatschappelijke voorzieningen in de wijk en de publieksfunctie die zij vervullen om het profiel van het buurthuis gestalte te geven en eventueel tot herschikking van functies te komen;
• Inbreng van inhoudelijke en procesmatige kennis over samenwerking en samenwerkingspartners;
• Teambuilding (nieuwe bestuursleden) gekoppeld aan beleidsontwikkeling met het oog op de toekomst;
• Hulp bieden bij het realiseren van multifunctioneel in tegenstelling tot permanent gebruik van ruimten en anderszins aanpakken van verworven rechten van bepaalde groepen.
• Nieuwe groepen en activiteiten een kans geven naast bestaande; in het bijzonder hulp bij het realiseren van inclusief beleid: activiteiten voor mensen met een beperking. Vanaf 2013 is dit nog relevanter met het overgaan van mensen met een indicatie ‘extramurale begeleiding’ van de AWBZ naar de Wmo en de invoering van de Wet werken naar vermogen.
Opbouwwerkers kunnen het buurthuis nieuwe stijl gebruiken als concreet voorbeeld hoe actief burgerschap gestalte te geven. Een overheid die actief burgerschap waar wil maken, moet een spiegel voorgehouden kunnen worden door het opbouwwerk. Bewaken dat actief burgerschap verantwoordelijkheid en zeggenschap inhoudt, met afspraken: geven en nemen. Een overheid die het lef heeft los te laten en vrijwilligers met respect mee laat doen in beleidsontwikkeling en plan-vorming voor buurthuizen ten dienste van leefbaarheid en sociale samenhang voor iedereen.

Margreeth Broens en Kamieke van de Riet (Zet-adviseurs)
Deze publicatie verscheen eerder in MO/Samenlevingsopbouw nr. 231.

Margreeth Broens adviseur Zet

"Het heet niet voor niets multifunctionele accommodatie"

Margreeth Broens, adviseur en onderzoeker bij Zet