13 juli 2017

sociale domein moet niet vragen maar bieden

Blog Thijs van de Schoot, trainee bij Zet

Als trainee bij Zet krijg ik nu al een jaar de kans om de vele aspecten en facetten van het sociale domein te verkennen, zowel op provinciale als regionale schaal. Een leerzaam avontuur, waarin ik steeds weer zie dat het sociale domein over de gehele breedte op zoek is naar een nieuwe rol. Even opvallend is dat de samenwerking met andere domeinen veel vaker wordt gezocht dan gevonden. Inmenging van het sociale domein wordt in veel gevallen nog steeds als lastig of onnodig ervaren. Het kost ons blijkbaar moeite om de meerwaarde van sociale kwaliteit goed voor het voetlicht te krijgen. Terwijl wij in Brabant – de commissaris van de Koning verwoordt het elders in dit blad heel fraai – economisch juist zo succesvol kunnen zijn door onze sterke sociale basis. Een even opmerkelijke als hardnekkige discrepantie. Het doet me denken aan een belangrijke eyeopener over multidisciplinaire samenwerking die ik opdeed tijdens mijn stage bij de Wereldgezondheidsorganisatie. ‘It is not about what you can do for health, but what health can do for you’. In mijn ogen staat het sociale domein voor eenzelfde paradigmashift.

Maar hoe maken we die move? Veel professionals in de sociale sector zien hun domein nog altijd als het belangrijkste van allemaal. Op zich best begrijpelijk. Vanuit onze maatschappelijke drive vinden we het vanzelfsprekend dat andere domeinen zich committeren aan onze nobele doelen op het gebied van eenzaamheid, gezondheid of vluchtelingenproblematiek. Door de aard van die kwesties hangt daar al snel een zweem van morele superioriteit omheen. Terecht of niet, daar maak je in elk geval geen vrienden mee. Daar komt nog bij dat de andere domeinen diezelfde urgentie niet ervaren en dat ook zij de neiging hebben om hún domein op het eerste plan te zetten. Verder hebben ze vaak te dealen met een duidelijke opdracht, die duidelijke resultaten moet opleveren. En sociale opgaven laten zich nu eenmaal minder goed in concrete opbrengsten vertalen. Dus ook dát schiet niet echt op.

We zullen ons moeten realiseren dat we de overige sectoren nodig hebben om onze doelen te bereiken. De vertegenwoordigers van die andere domeinen zijn over het algemeen wel degelijk bereid om te investeren in sociale opgaven, mits ze zelf ook winst boeken op hun eigen onderwerpen. De grote opgave waar we in mijn optiek voor staan: verschillende problematieken echt intersectoraal oppakken op een manier die voor al die sectoren een meerwaarde creëert. Dat vereist een wezenlijk andere houding en insteek. Vraag anderen niet wat ze voor het sociale domein kunnen betekenen, maar wat het sociale domein voor hen kan doen. Het crossover-denken binnen het provinciale programma Sociale Veerkracht is een mooi voorbeeld van deze ommekeer. Ik zie deze werkwijze hier en daar al doorsijpelen. Door juist jonge professionals in te zetten als schakel tussen verschillende domeinen, kunnen we deze beweging vergroten en versnellen. Wij hebben namelijk geen last van ‘historisch besef’ en beschouwen bepaalde samenwerkingen niet bij voorbaat als onmogelijk. Onze onbevangenheid is juist een pré bij het smeden van nieuwe, baanbrekende allianties.

Natuurlijk wil ik andere professionals bij deze niet te kort doen, noch vrijwaren van verantwoordelijkheid. Moedig je jongere collega’s aan hiermee aan de slag te gaan, maar ga vooral ook op zoek naar de jonge schakel in jezelf. Maak gebruik van je ervaringen uit het verleden, maar laat deze geen barrière vormen voor de toekomst!

 

 

Laatste reacties

Geen reacties

Plaats uw reactie